-
Wanneer de behandeling van eene zaak voor den Raad is afgeloopen, wordt door den voorzitter van den Raad in het openbaar uitspraak gedaan.
-
Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek.
-
Is door den Raad krachtens het bepaalde in artikel 36 eene bevoegdheid ontnomen, of heeft de Raad tot het ontnemen van eene bevoegdheid niet besloten, hoewel het hoofd van de scheepvaartinspectie daartoe heeft geraden, dan worden aan dit deel van het onderzoek in de uitspraak afzonderlijke overwegingen gewijd.
-
Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie toegezonden.
-
De uitspraken worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt.
-
Indien de uitspraak van een Commissie als bedoeld in artikel 26bis doet vermoeden, dat zich een der gevallen, bedoeld in artikel 34, eerste lid en artikel 48, eerste en tweede lid, voordoet en zich geen geval voordoet, waarin de Raad voor de Scheepvaart de zaak heeft terugverwezen naar de betrokken Commissie, handelt het hoofd van de scheepvaartinspectie als in artikel 29 is aangegeven voor een schip, niet varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
Schepenwet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
§ 3
Artikel 43
-
De oproeping van getuigen, deskundigen en van betrokkenen geschiedt, tenzij de wet anders bepaalt of toelaat, door toezending van een gewone of aangetekende brief over de post.
-
De termijn van oproeping van getuigen, deskundigen en van betrokkenen is, voor het geval zij in Nederland woonachtig zijn of verblijf houden, van twee vrije dagen. Is hun woonplaats elders of onbekend, dan stelt de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart die termijn vast.
-
Betekening van oproepingen en van beslissingen van de Raad voor de Scheepvaart vindt plaats indien de voorzitter zulks noodzakelijk oordeelt.
-
Betekening van oproepingen, van beslissingen en uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart geschiedt door uitreiking van het stuk door de post of, in spoedeisende gevallen dan wel wanneer dit om andere reden wenselijk is, door een dienaar van de openbare macht of enige andere ambtenaar.
-
Ingeval de persoon met de betekening belast noch de persoon aan wie een oproeping, beslissing of uitspraak moet worden betekend, noch iemand van diens huisgenoten aan diens woon- of verblijfplaats aantreft zal hij het afschrift terstond toezenden aan de secretaris van de Raad voor de Scheepvaart, die het afschrift als aangetekende brief zo spoedig mogelijk over de post aan de betrokkene zal toezenden.
-
Voor zijn verrichtingen ingevolge dit artikel ontvangt de deurwaarder een vergoeding overeenkomstig bij algemene maatregel van rijksbestuur te stellen regelen.
Artikel 44
-
De Raad is bij de behandeling van zaken, als in dit hoofdstuk bedoeld, aan geene andere vormen gebonden, dan bij deze rijkswet zijn bepaald.
-
Het hoofd van de scheepvaartinspectie is bevoegd de zittingen van den Raad, ook die, welke met gesloten deuren worden gehouden, bij te wonen. Hij kan zich echter bij alle werkzaamheden in dit hoofdstuk bedoeld door eenen inspecteur doen vervangen.
Artikel 45
De kosten van het onderzoek volgens de bepalingen van dit hoofdstuk worden gedragen door het Rijk voorzover het gedaan wordt door de Raad voor de Scheepvaart en door Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, voorzover het gedaan wordt door de in het betreffende land werkzame Commissie van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis.
Artikel 46
Aan belanghebbenden wordt kosteloos inzage en voor hunne kosten uittreksel of afschrift van de uitspraken van den Raad door den secretaris verstrekt, berekend volgens het tarief voor uittreksels of afschriften van vonnissen in strafzaken.
Artikel 47
Blijkt bij het onderzoek, dat door iemand een strafbaar feit is gepleegd, dan wordt de bevoegde ambtenaar van het openbaar ministerie daarmede door den leider van het onderzoek in kennis gesteld.