1. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie heft de aanhouding, niet zijnde een aanhouding als bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, op indien:

    1. er geen onderzoek als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, wordt ingesteld; of

    2. de redenen, genoemd in artikel 16, tweede lid, niet of niet langer van toepassing zijn; en indien

    3. de eigenaar de vergoeding voor de mogelijk op grond van artikel 72 verschuldigde kosten heeft voldaan of ten genoegen van Onze Minister voldoende zekerheid heeft gesteld voor de vergoeding voor deze kosten.

  2. Op de opheffing van een aanhouding is artikel 17 van overeenkomstige toepassing.