Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 63

HISTORISCH
  1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

  2. De door eenen Nederlandschen consulairen ambtenaar of eenen, in het vorige lid bedoelden, ambtenaar in Aruba, Curaçao of Sint Maarten opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der door hen geconstateerde daarin omschreven strafbare feiten, mits zij bevestigd worden door zijnen daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).

  3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd om al datgene, wat dienen kan tot het bewijs van het strafbaar gestelde feit, in beslag te nemen en de uitlevering daarvan, ter inbeslagneming, te vorderen.

  4. Bij het opsporen van een bij deze rijkswet strafbaar gesteld feit hebben de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2026.

Tekst van deze versie

  1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

  2. De door eenen Nederlandschen consulairen ambtenaar of eenen, in het vorige lid bedoelden, ambtenaar in Aruba, Curaçao of Sint Maarten opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der door hen geconstateerde daarin omschreven strafbare feiten, mits zij bevestigd worden door zijnen daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).

  3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd om al datgene, wat dienen kan tot het bewijs van het strafbaar gestelde feit, in beslag te nemen en de uitlevering daarvan, ter inbeslagneming, te vorderen.

  4. Bij het opsporen van een bij deze rijkswet strafbaar gesteld feit hebben de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet