Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 57

HISTORISCH
  1. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste € 11.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 14.000,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 25.000,– onderscheidenlijk ANG 25.000,–. Gedragingen in strijd met artikel 55 worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste € 11.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 14.000,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 25.000,– onderscheidenlijk ANG 25.000,–.

  2. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste € 4.500, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 5.600,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 10.000,– onderscheidenlijk ANG 10.000,–. Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste € 2.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 2.800,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 5.000,– onderscheidenlijk ANG 5.000,–.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2026.

Tekst van deze versie

  1. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste € 11.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 14.000,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 25.000,– onderscheidenlijk ANG 25.000,–. Gedragingen in strijd met artikel 55 worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste € 11.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 14.000,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 25.000,– onderscheidenlijk ANG 25.000,–.

  2. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste € 4.500, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 5.600,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 10.000,– onderscheidenlijk ANG 10.000,–. Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste € 2.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 2.800,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 5.000,– onderscheidenlijk ANG 5.000,–.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet