Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 48

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. De kapitein, die onder andere ten opzichte van de eigenaar, de verschepers, de bemanning, de passagiers of andere opvarenden op enige wijze heeft gehandeld in strijd met wettelijke bepalingen of voorschriften, kan, onafhankelijk van de burgerlijke en de strafvordering, door den Raad voor de scheepvaart, na ingesteld onderzoek, disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, als kapitein op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen.

  2. Desgelijks kan de kapitein of een officier door den Raad voor de scheepvaart disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, in een of meer dezer betrekkingen op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen, een en ander wanneer de Raad bij het in hoofdstuk IV bedoelde onderzoek tot de overtuiging komt, dat aan zijne schuld eene scheepsramp is te wijten.

  3. De Raad kan bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein of officier op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. De kapitein, die zichonder andere ten opzichte van zijnde scheepvaartonderneming,eigenaar, de bevrachters,verschepers, de schepelingen,bemanning, de passagiers of andere opvarenden op eenigerleienige wijze heeft misdragen,gehandeld in strijd met wettelijke bepalingen of voorschriften, kan, onafhankelijk van de burgerlijke en de strafvordering, door den Raad voor de scheepvaart, na ingesteld onderzoek, disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, als kapitein op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen.
  2. Desgelijks kan de kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonisteen officier door den Raad voor de scheepvaart disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, in een of meer dezer betrekkingen op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen, een en ander wanneer de Raad bij het in hoofdstuk IV bedoelde onderzoek tot de overtuiging komt, dat aan zijne schuld eene scheepsramp is te wijten.
  3. De Raad kan bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonistofficier op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet