Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 42

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Wanneer de behandeling van eene zaak voor den Raad is afgeloopen, wordt door den voorzitter van den Raad in het openbaar uitspraak gedaan.

  2. Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek.

  3. Is door den Raad krachtens het bepaalde in artikel 36 eene bevoegdheid ontnomen, of heeft de Raad tot het ontnemen van eene bevoegdheid niet besloten, hoewel het hoofd van de scheepvaartinspectie daartoe heeft geraden, dan worden aan dit deel van het onderzoek in de uitspraak afzonderlijke overwegingen gewijd.

  4. Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie toegezonden.

  5. De uitspraken worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt.

  6. Indien de uitspraak van een Commissie als bedoeld in artikel 26bis doet vermoeden, dat zich een der gevallen, bedoeld in artikel 34, eerste lid en artikel 48, eerste en tweede lid, voordoet en zich geen geval voordoet, waarin de Raad voor de Scheepvaart de zaak heeft terugverwezen naar de betrokken Commissie, handelt het hoofd van de scheepvaartinspectie als in artikel 29 is aangegeven voor een schip, niet varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Wanneer de behandeling van eene zaak voor den Raad is afgeloopen, wordt door den voorzitter van den Raad in het openbaar uitspraak gedaan.

  2. Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek.

  3. Is door den Raad krachtens het bepaalde in artikel 36 eene bevoegdheid ontnomen, of heeft de Raad tot het ontnemen van eene bevoegdheid niet besloten, hoewel het hoofd van de scheepvaartinspectie daartoe heeft geraden, dan worden aan dit deel van het onderzoek in de uitspraak afzonderlijke overwegingen gewijd.

  4. Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie toegezonden.

  5. De uitspraken worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt.

  6. Indien de uitspraak van een Commissie als bedoeld in artikel 26bis doet vermoeden, dat zich een der gevallen, bedoeld in artikel 34, eerste lid en artikel 48, eerste en tweede lid, voordoet en zich geen geval voordoet, waarin de Raad voor de Scheepvaart de zaak heeft terugverwezen naar de betrokken Commissie, handelt het hoofd van de scheepvaartinspectie als in artikel 29 is aangegeven voor een schip, niet varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet