Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 30

HISTORISCH
  1. De artikelen 7, tweede lid, 8, 8a , 9, 1011, 13, 14, 15, tweede en derde lid, 16, tweede en derde lid, 17, 19, 23, eerste lid, en 25 van de Wet op de Parlementaire Enquête zijn, voorzover zij niet afwijken van de voorgaande bepalingen van deze rijkswet, van toepassing op het onderzoek, in te stellen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de door hem krachtens artikel 29, eerste lid, met het onderzoek belaste ambtenaren en door de Raad.

  2. Dezen komen dezelfde bevoegdheden toe als bij die artikelen aan de aldaar bedoelde commissie van onderzoek zijn toegekend.

  3. Nochtans zal in het geval, geregeld bij artikel 13 der in het eerste lid genoemde wet, het bevel van medebrenging mede door den voorzitter van den Raad kunnen worden verleend.

  4. Ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis, eerste, tweede en derde lid, en de aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden overeenkomstige regelen bij Landsverordening gesteld.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2026.

Tekst van deze versie

  1. De artikelen 7, tweede lid, 8, 8a , 9, 1011, 13, 14, 15, tweede en derde lid, 16, tweede en derde lid, 17, 19, 23, eerste lid, en 25 van de Wet op de Parlementaire Enquête zijn, voorzover zij niet afwijken van de voorgaande bepalingen van deze rijkswet, van toepassing op het onderzoek, in te stellen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de door hem krachtens artikel 29, eerste lid, met het onderzoek belaste ambtenaren en door de Raad.

  2. Dezen komen dezelfde bevoegdheden toe als bij die artikelen aan de aldaar bedoelde commissie van onderzoek zijn toegekend.

  3. Nochtans zal in het geval, geregeld bij artikel 13 der in het eerste lid genoemde wet, het bevel van medebrenging mede door den voorzitter van den Raad kunnen worden verleend.

  4. Ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis, eerste, tweede en derde lid, en de aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden overeenkomstige regelen bij Landsverordening gesteld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet