Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 26b

HISTORISCH
  1. De leden van de Commissie worden door Onze Minister benoemd.

  2. De Commissie bestaat uit ambtelijke en niet-ambtelijke leden.

    1. De ambtelijke leden worden benoemd uit de departementen van Verkeer en Waterstaat, van Sociale Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen.

    2. De benoeming van de ambtenaren uit de departementen van Sociale Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen geschiedt in overeenstemming met de betrokken Ministers.

  3. De niet-ambtelijke leden worden benoemd uit en op voordracht van naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.

  4. Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

  5. Tevens benoemt Onze Minister voor ieder der leden een plaatsvervanger. Hierbij is het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

  6. De benoeming der leden en plaatsvervangende leden geschiedt voor de tijd van ten hoogste twee jaren. De aftredende leden en plaatsvervangende leden zijn terstond herbenoembaar.

  7. Aan een lid of plaatsvervangend lid wordt door Onze Minister tussentijds ontslag verleend:

    1. bij verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden;

    2. op eigen verzoek.

  8. Het secretariaat van de Commissie berust bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2026.

Tekst van deze versie

  1. De leden van de Commissie worden door Onze Minister benoemd.

  2. De Commissie bestaat uit ambtelijke en niet-ambtelijke leden.

    1. De ambtelijke leden worden benoemd uit de departementen van Verkeer en Waterstaat, van Sociale Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen.

    2. De benoeming van de ambtenaren uit de departementen van Sociale Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen geschiedt in overeenstemming met de betrokken Ministers.

  3. De niet-ambtelijke leden worden benoemd uit en op voordracht van naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.

  4. Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

  5. Tevens benoemt Onze Minister voor ieder der leden een plaatsvervanger. Hierbij is het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

  6. De benoeming der leden en plaatsvervangende leden geschiedt voor de tijd van ten hoogste twee jaren. De aftredende leden en plaatsvervangende leden zijn terstond herbenoembaar.

  7. Aan een lid of plaatsvervangend lid wordt door Onze Minister tussentijds ontslag verleend:

    1. bij verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden;

    2. op eigen verzoek.

  8. Het secretariaat van de Commissie berust bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet