Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 10

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Alle schepen blijven aan een voortdurend toezicht van Regeeringswege onderworpen.

  2. Onder de bevelen van Onzen Minister wordt dit toezicht opgedragen aan door Onze Minister aangewezen ambtenaren, alsmede voorzover betreft het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, aan door of vanwege de Gouverneur te benoemen ambtenaren, van welke een bij koninklijk besluit als hoofd van de scheepvaartinspectie wordt aangewezen. Ook kunnen bij koninklijk besluit voor bepaalde werkzaamheden ambtenaren van andere diensttakken ter beschikking van den dienst der scheepvaartinspectie worden gesteld.

  3. De werkkring en de bevoegdheden van de in het vorige lid bedoelde ambtenaren worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld; voor wat betreft de ambtenaren, belast met het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, worden dienaangaande zonodig bij Landsverordening aanvullende regelingen getroffen.

  4. De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, uitgezonderd het krachtens het tweede lid aangewezen hoofd, opgedragen taken onderscheidenlijk toegekende bevoegdheden worden in Nederland en ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde schepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, of schepen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  5. De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie opgedragen taken onderscheidenlijk toegekende bevoegdheden kunnen ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde schepen die op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, ook worden verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de ambtenaren die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn belast met de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze rijkswet.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. Alle schepen blijven aan een voortdurend toezicht van Regeeringswege onderworpen.

  2. Onder de bevelen van Onzen Minister wordt dit toezicht opgedragen aan door Onze Minister aangewezen ambtenaren, alsmede voorzover betreft het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, aan door of vanwege de Gouverneur te benoemen ambtenaren, van welke een bij koninklijk besluit als hoofd van de scheepvaartinspectie wordt aangewezen. Ook kunnen bij koninklijk besluit voor bepaalde werkzaamheden ambtenaren van andere diensttakken ter beschikking van den dienst der scheepvaartinspectie worden gesteld.

  3. De werkkring en de bevoegdheden van de in het vorige lid bedoelde ambtenaren worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld; voor wat betreft de ambtenaren, belast met het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, worden dienaangaande zonodig bij Landsverordening aanvullende regelingen getroffen.

  4. De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de scheepvaartinspectie,Scheepvaartinspectie, uitgezonderd het krachtens het tweede lid aangewezen hoofd, opgedragen taken ofonderscheidenlijk toegekende bevoegdheden worden in Nederland en ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde schepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, of schepen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.ambtenaren.
  5. De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de scheepvaartinspectieScheepvaartinspectie opgedragen taken ofonderscheidenlijk toegekende bevoegdheden kunnen in Nederland ten aanzien van de in artikel 2, tweedeeerste lid, bedoelde schepen,schepen die op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, ook worden verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de ambtenaren die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn belast met de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze rijkswet.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet