Reglement rijbewijzen Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 14-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
§ 1 Begripsbepalingen
§ 2 Uitzonderingen rijbewijsplicht
§ 3 Minimumleeftijd voor het besturen van motorrijtuigen
§ 4 Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht
§ 5 Registratie van rijbewijzen uit andere lid-staten van de Europese Gemeenschap en uit andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
§ 6 Omvang van de uit het rijbewijs voortvloeiende bevoegdheid
§ 7 Geldigheidsduur van het rijbewijs
Hoofdstuk II Aanvraag van rijbewijzen
Hoofdstuk III Verklaringen van rijvaardigheid
Hoofdstuk IV Verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk V Afgifte van rijbewijzen
Hoofdstuk VI Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Hoofdstuk VII Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VIIa Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII Bromfietscertificaten
§ 1 Algemeen
§ 2 Aanvraag van bromfietscertificaten
§ 3 Het bromfiets-examen
§ 4 Eisen ten aanzien van de administratie met betrekking tot de afgifte van bromfietscertificaten
§ 5 Beveiliging
§ 6 Het register betreffende de afgifte van bromfietscertificaten
Hoofdstuk VIIIa Experiment met rijbewijs B voor volledig elektrische bedrijfsauto’s tot 4.250 kg
Hoofdstuk VIIIb Experiment begeleid rijden
Hoofdstuk VIIIc Experiment elektronische aanvraag rijbewijzen
Hoofdstuk IX Overgangsbepalingen
Hoofdstuk X Strafbepaling
Hoofdstuk XI Slotbepalingen

Hoofdstuk VII

Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Artikel 145

  1. In het rijbewijzenregister worden de navolgende gegevens opgenomen:

    1. a

      geslachtsnaam, voorvoegsels, voornamen voluit, voorletters van eventuele overige voornamen, burgerlijke staat, plaats en datum en eventueel land van geboorte, geslacht, burgerservicenummer en persoonssleutel van degenen aan wie een rijbewijs is afgegeven, alsmede het burgerservicenummer in versleutelde vorm en een van het burgerservicenummer afgeleid nummer in versleutelde vorm;

    2. b

      indien in het rijbewijs op verzoek van de houder diens adellijke titel of predikaat zijn vermeld, adellijke titel of predikaat;

    3. c

      indien in het rijbewijs op verzoek van de houder naamsgegevens van diens huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner zijn vermeld, geslachtsnaam, voorvoegsels en adellijke titel of predikaat van die huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner;

    4. d

      het adres van degenen aan wie een rijbewijs is afgegeven en het adres zoals het bekend was ten tijde van de afgifte;

    5. e

      pasfoto en handtekening van degene aan wie een rijbewijs is afgegeven;

    6. f

      verklaringen van rijvaardigheid;

    7. g

      verklaringen van geschiktheid;

    8. h

      historische datum van afgifte en datum van einde geldigheidsduur per categorie waarvoor het rijbewijs is afgegeven;

    9. i

      eventuele beperkende aantekeningen, al dan niet in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering, per categorie waarvoor het rijbewijs is afgegeven;

    10. j

      MRZ-code, nummer en datum van afgifte en uitreiking van het rijbewijs, alsmede afgevende instantie;

    11. k

      datum van vermissing of diefstal van afgegeven rijbewijzen;

    12. l

      verblijfplaats van rijbewijzen die niet in het bezit zijn van de houder;

    13. m

      gegevens omtrent de inlevering van rijbewijzen, ingevolge de artikelen 120, tweede lid, en 124a, derde lid, van de wet;

    14. n

      gegevens omtrent het verlies van geldigheid van rijbewijzen ingevolge artikel 123a van de wet;

    15. o

      gegevens omtrent de ongeldigverklaring van rijbewijzen, van getuigschriften van vakbekwaamheid en van getuigschriften van nascholing, ingevolge de artikelen 124 en 124a, eerste lid, van de wet;

    16. p

      gegevens omtrent de toepassing van de artikelen 131 tot en met 134 van de wet;

    17. q

      gegevens omtrent de invordering en inhouding van rijbewijzen alsmede omtrent de schorsing van de inhouding;

    18. r

      gegevens omtrent de oplegging van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen;

    19. ra

      gegevens omtrent de ongeldigheid van het rijbewijs ingevolge artikel 123b van de wet en omtrent de aantekening ingevolge dat artikel;

    20. s

      gegevens omtrent de toepassing van het dwangmiddel van inneming van het rijbewijs, bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;

    21. t

      gegevens omtrent autorisaties van medewerkers van de met de afgifte belaste autoriteit, waaronder hun persoonsgegevens en burgerservicenummer, en omtrent aanvragen van rijbewijzen, waaronder het aanvraagnummer, de status van de aanvraag en inloggegevens van de bij de aanvraag betrokken medewerkers van de met de afgifte belaste autoriteit;

    22. u

      gegevens omtrent blanco rijbewijzen die ter beschikking zijn gesteld aan de met de afgifte van rijbewijzen belaste instanties;

    23. v

      gegevens omtrent instanties die zijn belast met de afgifte van rijbewijzen, getuigschriften van vakbekwaamheid, getuigschriften van nascholing en van Nederlandse kwalificatiekaarten bestuurder;

    24. w

      gegevens omtrent verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing;

    25. x

      gegevens omtrent getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing die in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde code zijn verstrekt, per categorie waarvoor het rijbewijs is afgegeven;

    26. y

      geslachtsnaam, voorvoegsels, alle voornamen voluit en plaats en datum en eventueel land van geboorte van degene aan wie een kwalificatiekaart bestuurder is afgegeven;

    27. ya

      het adres van degene aan wie een kwalificatiekaart bestuurder is afgegeven en het adres zoals het bekend was ten tijde van de afgifte;

    28. yb

      nummer van het rijbewijs en nummer van de bijbehorende kwalificatiekaart bestuurder;

    29. yc

      pasfoto en handtekening van degene aan wie een kwalificatiekaart bestuurder is afgegeven;

    30. yd

      gegevens omtrent de inlevering van kwalificatiekaarten bestuurder, ingevolge de artikelen 151id, tweede lid, en 151ij, tweede lid, van de wet;

    31. ye

      gegevens omtrent het verlies van geldigheid van kwalificatiekaarten bestuurder ingevolge artikel 151ig van de wet;

    32. yf

      gegevens omtrent de ongeldigverklaring van kwalificatiekaarten bestuurder ingevolge artikelen 151ij, eerste lid, in samenhang met artikel 124a, eerste lid, van de wet;

    33. z

      geslachtsnaam, voorvoegsels, voornamen voluit, en burgerservicenummer van degenen aan wie een begeleiderspas is afgegeven, alsmede geslachtsnaam, voornamen voluit, geboortedatum en geboorteplaats van de in de begeleiderspas genoemde begeleiders;

    34. za

      nummer en datum van afgifte van begeleiderspassen;

    35. zb

      gegevens omtrent het verlies van geldigheid van begeleiderspassen ingevolge artikel 111a, vierde lid, van de wet;

    36. zc

      gegevens omtrent de ongeldigverklaring van begeleiderspassen ingevolge artikel 111a, vijfde lid, van de wet;

    37. zd

      gegevens die betrekking hebben op de plaatsing van het publieke identificatiemiddel, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet digitale overheid, op het rijbewijs, de activering, blokkering of deblokkering, alsmede de status of wijzigingen van de status van dat publieke identificatiemiddel.

  2. De gegevens blijven bewaard nadat een rijbewijs of kwalificatiekaart bestuurder zijn geldigheid heeft verloren.

  3. In afwijking van het tweede lid blijven de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel zd, bewaard tot twaalf maanden nadat het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren, dan wel een nieuw of vervangend rijbewijs is verstrekt of nadat het publieke identificatiemiddel is ingetrokken.

Artikel 146

  1. Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

    1. de aanvraag van rijbewijzen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, van de wet;

    2. de afgifte van rijbewijzen, bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de wet;

    3. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 120, tweede lid, en 124, vierde lid, van de wet;

    4. de ongeldigverklaring van rijbewijzen, bedoeld in artikel 124, tweede lid, van de wet;

    5. beperking van de geldigheidsduur op grond van de in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van geschiktheid;

    6. vermissing of diefstal, bedoeld in artikel 145, onderdeel k;

    7. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l.

  2. Degene die is belast met de afgifte en de ongeldigverklaring van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

    1. de afgifte van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing, bedoeld in artikel 151g, zevende en achtste lid, van de wet;

    2. de ongeldigverklaring van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing, bedoeld in artikel 124a, eerste lid, of artikel 151ij, eerste lid, in samenhang met artikel 124a, eerste lid, van de wet.

  3. Degene bij wie ingevolge artikel 124a, derde lid, of artikel 151ij, tweede lid, van de wet, de ongeldig verklaarde getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing moeten worden ingeleverd, voert de gegevens omtrent de inlevering in in het rijbewijzenregister, rectificeert en wist deze gegevens.

Artikel 147

Degene die een rijbewijs ongeldig verklaart ingevolge artikel 124, eerste lid, van de wet voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

  1. de ongeldigverklaring;

  2. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in artikel 124, vierde lid, van de wet;

  3. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l.

Artikel 148

  1. Het CBR voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

    1. de verklaring van rijvaardigheid;

    2. de verklaring van geschiktheid;

    3. de schorsing van de geldigheid van rijbewijzen, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet;

    4. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, en 134, vierde lid van de wet;

    5. de teruggave van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 131, tweede lid, onderdeel c, en 134, vierde lid, van de wet;

    6. de ongeldigverklaring van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 124, eerste lid, onderdeel d, 132, tweede lid, en 134, tweede lid, van de wet;

    7. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;

    8. de aantekening, bedoeld in de artikelen 124, zevende en achtste lid, en 134, zesde lid.

  2. Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens, gegevens betreffen omtrent rijbewijzen afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, wordt onder «invoeren, rectificeren en wissen» in het eerste lid, mede verstaan het melden van deze gegevens aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 149

De daartoe bevoegd algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar, voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

  1. de vordering tot overgifte van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 130, tweede lid, en 164, eerste lid, van de wet;

  2. het feitelijk innemen van die rijbewijzen;

  3. het feitelijk innemen van rijbewijzen ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;

  4. het voldoen van de administratieve sanctie;

  5. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l.

Artikel 150

  1. De officier van justitie voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

    1. de inhouding van rijbewijzen, bedoeld in artikel 164, vierde lid, van de wet;

    2. de schorsing van de inhouding van rijbewijzen;

    3. de teruggave van rijbewijzen die ingevorderd of ingehouden zijn geweest;

    4. de oplegging van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen;

    5. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;

    6. de ongeldigheid van het rijbewijs ingevolge artikel 123b, van de wet, de datum van ingang van de ongeldigheid, bedoeld in dat artikel, en de aantekening ingevolge dat artikel.

  2. Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens, gegevens betreffen omtrent rijbewijzen afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, wordt onder «invoeren, rectificeren en wissen» in het eerste lid, mede verstaan het melden van deze gegevens aan de Dienst Wegverkeer.

  3. De officier van justitie is bevoegd in het rijbewijzenregister gegevens te invoeren, rectificeren en wissen omtrent de in artikel 164, eerste lid, van de wet bedoelde overgifte van rijbewijzen en het feitelijk innemen van die rijbewijzen, indien de het invoeren, rectificeren en wissen van deze gegevens niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 149, en de desbetreffende rijbewijzen wel op grond van artikel 164, vierde lid, van de wet zijn opgezonden aan de officier van justitie.

Artikel 151

Onze Minister voor Rechtsbescherming voert in geval van toepassing van het dwangmiddel van inneming van het rijbewijs, bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, in het rijbewijzenregister gegevens in en rectificeert en wist gegevens omtrent:

  1. de vordering tot inlevering van rijbewijzen;

  2. de datum waarop de inlevering dient plaats te vinden;

  3. de duur van de inneming;

  4. het bedrag van de verschuldigde sanctie;

  5. het feitelijk innemen van rijbewijzen;

  6. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;

  7. de teruggave van rijbewijzen die ingehouden zijn geweest.

Artikel 152

  1. De Dienst Wegverkeer verwerkt in het rijbewijzenregister de gegevens omtrent:

    1. de blanco rijbewijzen die ter beschikking zijn gesteld aan de met de afgifte van rijbewijzen belaste instanties;

    2. de ongeldigheid van rijbewijzen ingevolge artikel 123, eerste lid, onderdeel b, van de wet;

    3. vermissing of diefstal, bedoeld in artikel 145, onderdeel k;

    4. de aanvraag van rijbewijzen, waaronder de stand van zaken betreffende de aanvraag;

    5. de aanvraag, de afgifte, het verlies van geldigheid en de ongeldigverklaring van kwalificatiekaarten bestuurder;

    6. verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing ten behoeve van aanvragers van een rijbewijs die een geldige kwalificatiekaart bestuurder overleggen;

    7. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;

    8. de noodzaak om in geval van afgifte van een rijbewijs op grond van artikel 45, tweede lid, tegen overlegging van een rijbewijs met een afwijkende geldigheidsduur ten behoeve van een toekomstige rijbewijsaanvraag de registratie van een verklaring van geschiktheid aan te vragen bij het CBR;

    9. de aanvraag, de afgifte, het verlies van geldigheid en de ongeldigverklaring van begeleiderspassen;

    10. het publieke identificatiemiddel, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet digitale overheid.

  2. De Dienst Wegverkeer verwerkt tevens de gegevens die op grond van artikel 148, tweede lid, door het CBR en op grond van artikel 150, tweede lid, door de officier van justitie aan hem zijn gemeld.

Artikel 153

Onze Minister van Defensie voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent de verklaring van rijvaardigheid.

Artikel 153a

Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs een verklaring van geschiktheid dient te zijn geregistreerd voor iedere rijbewijscategorie waarop de aantekening betrekking heeft.

Artikel 153b

Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het reeds van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarop het in artikel 133, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek betrekking had, al naar gelang de aard van het onderzoek hetzij een verklaring van rijvaardigheid en een verklaring van geschiktheid hetzij een verklaring van geschiktheid moet zijn geregistreerd overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.

Artikel 153c

Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 134, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het reeds van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarvoor op grond van de uitslag van het in artikel 131, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek, al naar gelang de aard van het onderzoek, hetzij een verklaring van geschiktheid en een verklaring van rijvaardigheid, hetzij een verklaring van geschiktheid moet zijn geregistreerd overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.

Artikel 155

  1. Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer aan de met de afgifte van rijbewijzen, dan wel met de beoordeling van de geldigheid van afgegeven rijbewijzen, belaste autoriteiten in andere lidstaten van de Europese Unie en in andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 respectievelijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming verstrekt omtrent rijbewijzen waarvan de houder zich heeft gevestigd in de betrokken staat en aldaar om omwisseling heeft verzocht.

  2. Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer aan de met de afgifte van rijbewijzen, dan wel met de beoordeling van de geldigheid van afgegeven rijbewijzen, belaste autoriteiten buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 respectievelijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming verstrekt omtrent rijbewijzen waarvan de houder zich heeft gevestigd in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of in de betrokken staat en aldaar om omwisseling heeft verzocht.

  3. In aanvulling op het eerste en tweede lid worden door de Dienst Wegverkeer uit het rijbewijzenregister gegevens en persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verstrekt aan instellingen van internationale organisaties voor zover dit ter uitvoering van een verdrag of een bindend besluit van die organisatie vereist is.

  4. In aanvulling op het eerste tot en met het derde lid worden door de Dienst Wegverkeer uit het rijbewijzenregister aan autoriteiten buiten Nederland die zijn belast met de handhaving van verkeersregels, alsmede met de opsporing, de vervolging en de afdoening van verkeersdelicten, persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verstrekt voor zover dit ter uitvoering van internationale verdragen of ter uitvoering van regelgeving van de Europese Unie vereist is.

  5. In aanvulling op het eerste tot en met vierde lid worden door de Dienst Wegverkeer uit het rijbewijzenregister aan autoriteiten in andere lidstaten van de Europese Unie en aan autoriteiten in andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van en de controle op richtlijn 2006/126/EG, de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders en richtlijn (EU) 2015/413, persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming voor respectievelijk het identificeren van betrokkenen en het constateren of betrokkene rijbevoegd is, verstrekt voor zover dit met het oog op de tenuitvoerlegging van richtlijn 2006/126/EG, de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders of richtlijn (EU) 2015/413 vereist is.

Artikel 155a

  1. Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer aan autoriteiten in andere lidstaten van de Europese Unie en aan autoriteiten in andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de naleving van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, gegevens over afgegeven of ingetrokken getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 respectievelijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming voor respectievelijk het identificeren van betrokkenen en het constateren of betrokkene rijbevoegd is verstrekt voor zover dat nodig is om naleving van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, met name de daarin vervatte opleidingseisen, te controleren.

  2. De Dienst Wegverkeer meldt het CBR de gegevens betreffende de in de vorm van een code op het rijbewijs of de kwalificatiekaart bestuurder vermelde getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing.

Artikel 156

Uit het rijbewijzenregister kunnen door de Dienst Wegverkeer de volgende gegevens en persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, worden verstrekt aan de volgende derden:

  1. het Verbond van Verzekeraars, ten behoeve van het vaststellen van rechten en plichten in het kader van de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten;

  2. advocaten, ten behoeve van gerechtelijke procedures en de voorbereiding daarvan;

  3. onderzoeks- en onderwijsinstellingen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek voor zover zij aantonen dat dit onderzoek namens of in opdracht van een overheidsorgaan wordt uitgevoerd en die gegevens noodzakelijk zijn voor dat onderzoek.

← terug naar Reglement rijbewijzen