De daartoe bevoegd algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar, voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

  1. de vordering tot overgifte van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 130, tweede lid, en 164, eerste lid, van de wet;

  2. het feitelijk innemen van die rijbewijzen;

  3. het feitelijk innemen van rijbewijzen ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;

  4. het voldoen van de administratieve sanctie;

  5. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l.