Reglement rijbewijzen Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 14-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
§ 1 Begripsbepalingen
§ 2 Uitzonderingen rijbewijsplicht
§ 3 Minimumleeftijd voor het besturen van motorrijtuigen
§ 4 Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht
§ 5 Registratie van rijbewijzen uit andere lid-staten van de Europese Gemeenschap en uit andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
§ 6 Omvang van de uit het rijbewijs voortvloeiende bevoegdheid
§ 7 Geldigheidsduur van het rijbewijs
Hoofdstuk II Aanvraag van rijbewijzen
Hoofdstuk III Verklaringen van rijvaardigheid
Hoofdstuk IV Verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk V Afgifte van rijbewijzen
Hoofdstuk VI Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Hoofdstuk VII Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VIIa Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII Bromfietscertificaten
§ 1 Algemeen
§ 2 Aanvraag van bromfietscertificaten
§ 3 Het bromfiets-examen
§ 4 Eisen ten aanzien van de administratie met betrekking tot de afgifte van bromfietscertificaten
§ 5 Beveiliging
§ 6 Het register betreffende de afgifte van bromfietscertificaten
Hoofdstuk VIIIa Experiment met rijbewijs B voor volledig elektrische bedrijfsauto’s tot 4.250 kg
Hoofdstuk VIIIb Experiment begeleid rijden
Hoofdstuk VIIIc Experiment elektronische aanvraag rijbewijzen
Hoofdstuk IX Overgangsbepalingen
Hoofdstuk X Strafbepaling
Hoofdstuk XI Slotbepalingen

Hoofdstuk III

Verklaringen van rijvaardigheid

Artikel 50

  1. Verklaringen van rijvaardigheid worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die bij een onderzoek naar de rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie waarvoor de verklaring wordt verlangd, aan de daarvoor bij ministeriële regeling vastgestelde eisen blijkt te voldoen.

  2. In afwijking van het eerste lid wordt ten behoeve van degene wiens rijbewijs op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet ongeldig is verklaard wegens het niet-verlenen van de vereiste medewerking aan de hem opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid, gedurende een periode van ten hoogste drie jaren na de ongeldigverklaring van het rijbewijs geen verklaring van rijvaardigheid in het rijbewijzenregister geregistreerd zolang hij niet aan die verplichting heeft voldaan.

Artikel 51

Het voor de aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.

Artikel 53

  1. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie AM bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  2. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie A1 bestaat uit een theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A, een praktijkexamen voertuigbeheersing en een praktijkexamen verkeersdeelneming.

  3. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie A2 bestaat uit:

    1. een praktijkexamen waarbij wordt getoetst op zowel voertuigbeheersing als verkeersdeelneming, indien de aanvrager op de datum van het praktijkexamen:

      1. ten minste twee jaar beschikt over een hem afgegeven rijbewijs voor de categorie A1, of

      2. ten minste twee jaar beschikt over een aan hem door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland afgegeven geldig rijbewijs voor de categorie A1;

    2. een praktijkexamen voertuigbeheersing en een praktijkexamen verkeersdeelneming, indien de aanvrager op de datum van het praktijkexamen voertuigbeheersing:

      1. nog geen twee jaar beschikt over een aan hem afgegeven rijbewijs voor de categorie A1, of

      2. nog geen twee jaar beschikt over een aan hem door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland afgegeven geldig rijbewijs voor de categorie A1;

    3. een theorie-examen ten behoeve van de categorie A, een praktijkexamen voertuigbeheersing en een praktijkexamen verkeersdeelneming, indien de aanvrager op de datum van het praktijkexamen voertuigbeheersing niet voldoet aan de in de onderdelen a of b bedoelde voorwaarden.

  4. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie A bestaat uit:

    1. een praktijkexamen waarbij wordt getoetst op zowel voertuigbeheersing als verkeersdeelneming, indien de aanvrager op de datum van het praktijkexamen:

      1. ten minste twee jaar beschikt over een aan hem afgegeven rijbewijs voor de categorie A2, of

      2. ten minste twee jaar beschikt over een aan hem door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland afgegeven geldig rijbewijs voor de categorie A2;

    2. een praktijkexamen voertuigbeheersing en een praktijkexamen verkeersdeelneming, indien de aanvrager eenentwintig jaar of ouder is en op de datum van het praktijkexamen voertuigbeheersing:

      1. beschikt over een aan hem afgegeven rijbewijs voor de categorie A1,

      2. beschikt over een aan hem door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland afgegeven geldig rijbewijs voor de categorie A1,

      3. nog geen twee jaar beschikt over een aan hem afgegeven rijbewijs voor de categorie A2, of

      4. nog geen twee jaar beschikt over een aan hem door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland afgegeven geldig rijbewijs voor de categorie A2;

    3. een theorie-examen ten behoeve van de categorie A, een praktijkexamen voertuigbeheersing en een praktijkexamen verkeersdeelneming, indien de aanvrager eenentwintig jaar of ouder is en op de datum van het praktijkexamen voertuigbeheersing niet voldoet aan de in de onderdelen a of b bedoelde voorwaarden.

  5. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  6. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B die de bevoegdheid geeft tot het besturen van motorrijtuigen van de categorie B, waaraan een aanhangwagen of oplegger is gekoppeld waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 750 kg en de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen meer bedraagt dan 3500 kg, maar niet meer bedraagt dan 4250 kg, bestaat uit een praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij B.

  7. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie C1 bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  8. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie C bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  9. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie D1 bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  10. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie D bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  11. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie E bestaat uit een praktijkexamen.

  12. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie T bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen.

  13. In afwijking van het tweede, derde en vierde lid, bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid voor respectievelijk de categorieën A1, A2 en A uit een praktijkexamen verkeersdeelneming voor de desbetreffende categorie, indien de aanvrager beschikt over:

    1. een geldig rijbewijs voor dezelfde categorie als waarop de aanvraag betrekking heeft, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, of

    2. een geldig rijbewijs voor dezelfde categorie als waarop de aanvraag betrekking heeft, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling.

Artikel 53a

  1. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij C is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie C en een praktijkexamen voor de categorie E bij C.

  2. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie C is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie C.

  3. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij D is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie D en een praktijkexamen voor de categorie E bij D.

  4. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie D is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie D.

  5. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij C1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie C1 en een praktijkexamen voor de categorie E bij C1.

  6. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie C1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie C1.

  7. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij D1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie D1 en een praktijkexamen voor de categorie E bij D1.

  8. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie D1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie D1.

  9. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij B is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie B en een praktijkexamen voor de categorie E bij B.

  10. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie B is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie B.

  11. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie A is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie A.

  12. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie A2 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen ten behoeve van de categorie A en een praktijkexamen voor de categorie A2.

  13. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie A1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen ten behoeve van de categorie A en een praktijkexamen voor de categorie A1.

  14. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie AM is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie AM.

  15. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de aanvraag uitsluitend de categorie T betreft, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie T. Indien de aanvraag mede een of meer van de categorieën E bij D, D, E bij D1, D1, E bij B, B, A1, A2, A of AM betreft, dan bestaat in aanvulling op de eerste volzin het onderzoek naar de rijvaardigheid mede uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de zwaarste categorie overeenkomstig het derde tot en met het veertiende lid.

Artikel 54

Het voor de aanvraag van een verklaring van rijvaardigheid verschuldigde tarief dient vóór de indiening van de aanvraag te zijn voldaan door overmaking op een door het CBR aangewezen bankrekening.

Artikel 55

  1. De aanvraag geschiedt op de door het CBR vastgestelde wijze.

  2. Bij de aanvraag dienen te worden overgelegd:

    1. een volledig ingevuld aanvraagformulier volgens door het CBR vastgesteld model;

      1. I

        indien aan de aanvrager in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of de aanvrager behoort tot het gezin van een persoon aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend, een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven verklaring waaruit zulks blijkt;

      2. II

        indien de aanvrager lid is van een in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland gelegerde krijgsmacht, lid is van de tot die krijgsmacht behorende civiele dienst of behoort tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, een door de betrokken basiscommandant ondertekende verklaring waaruit zulks blijkt;

    2. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in de artikelen 42b, eerste lid, of 42d, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring.

  3. Het tweede lid, onderdeel a, geldt niet indien de aanvraag langs geautomatiseerde weg wordt ingediend.

  4. Bij de aanvraag van een verklaring van rijvaardigheid raadpleegt het CBR de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.

Artikel 56

  1. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorieën AM en T kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van vijftien jaren en zes maanden hebben bereikt.

  2. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorie A kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt.

  3. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorie B kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt.

  4. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C1 kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt.

  5. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt.

  6. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D1 kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt.

  7. Het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt.

Artikel 57

De kosten van het theorie-examen worden vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.

Artikel 58

De kosten van het theorie-examen dienen door de aanvrager te worden voldaan door aankoop van een aanvraagkaart volgens door het CBR vastgesteld model door het verschuldigde bedrag over te maken op een door het CBR aangewezen bankrekening.

Artikel 59

  1. Voor toelating tot het theorie-examen dienen te worden overgelegd:

    1. een op naam van de aanvrager gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;

      1. I

        indien aan de aanvrager in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of de aanvrager behoort tot het gezin van een persoon aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend, een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven verklaring waaruit zulks blijkt;

      2. II

        indien de aanvrager lid is van een in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland gelegerde krijgsmacht, lid is van de tot die krijgsmacht behorende civiele dienst of behoort tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, een door de betrokken basiscommandant ondertekende verklaring waaruit zulks blijkt;

    2. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring.

  2. Voor de toelating tot het theorie-examen raadpleegt het CBR de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.

Artikel 60a

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie AM betreffen:

  1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van bromfietsen geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede van kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

  2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

  3. inzicht in voor de bestuurders van bromfietsen relevante verkeersrisico’s en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

  4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

  5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen;

  6. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek;

  7. kennis van de elementaire beginselen van voertuigbediening en voertuigbeheersing en

  8. kennis van mogelijkheden om noodsituaties tijdig te onderkennen, en van gedragsmogelijkheden in noodsituaties.

Artikel 61

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie A betreffen:

  1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

  2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

  3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

  4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

  5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen en

  6. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek.

Artikel 62

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie B betreffen:

  1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

  2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

  3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

  4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

  5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen en

  6. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek.

Artikel 63

  1. De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C1 betreffen:

    1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

    2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

    3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

    4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

    5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen;

    6. inzicht in de werking en het elementaire onderhoud van de voor de verkeersveiligheid van belang zijnde voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en veiligheidsvoorzieningen;

    7. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek en

    8. basiskennis met betrekking tot rij- en rusttijdenregelingen;

    9. kennis van de kenmerken van de krachtoverbrenging met het oog op optimaal gebruik.

  2. De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C betreffen:

    1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

    2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

    3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

    4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

    5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen;

    6. inzicht in de werking en het elementaire onderhoud van de voor de verkeersveiligheid van belang zijnde voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en veiligheidsvoorzieningen;

    7. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek;

    8. basiskennis met betrekking tot rij- en rusttijdenregelingen;

    9. kennis van de kenmerken van de krachtoverbrenging met het oog op optimaal gebruik en

    10. kennis van en inzicht in de werking en defecten van de belangrijkste voertuigonderdelen en vloeistoffen.

Artikel 64

  1. De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D1 betreffen:

    1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

    2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

    3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

    4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

    5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen;

    6. inzicht in de werking en het elementaire onderhoud van de voor de verkeersveiligheid van belang zijnde voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en veiligheidsvoorzieningen;

    7. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek en

    8. basiskennis met betrekking tot rij- en rusttijdenregelingen;

    9. kennis van de kenmerken van de krachtoverbrenging met het oog op optimaal gebruik.

  2. De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D betreffen:

    1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

    2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

    3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

    4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

    5. basiskennis met betrekking tot de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen;

    6. inzicht in de werking en het elementaire onderhoud van de voor de verkeersveiligheid van belang zijnde voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en veiligheidsvoorzieningen;

    7. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek;

    8. basiskennis met betrekking tot rij- en rusttijdenregelingen;

    9. kennis van de kenmerken van de krachtoverbrenging met het oog op optimaal gebruik en

    10. kennis van en inzicht in de werking en defecten van de belangrijkste voertuigonderdelen en vloeistoffen.

Artikel 64a

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie T betreffen:

  1. grondige kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie geldende voorschriften en het op juiste wijze toepassen van die kennis, alsmede kennis van bij en krachtens de wet vastgestelde, voor andere verkeersdeelnemers dan die bestuurders geldende voorschriften;

  2. kennis van de mogelijkheid van conflicteren van eigen belangen en belangen van andere verkeersdeelnemers;

  3. inzicht in verkeersrisico’s die relevant zijn voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie, en in factoren die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden;

  4. kennis van de hoofdbeginselen van eerste hulp bij ongelukken en van elementaire maatregelen, te treffen bij verkeersongevallen;

  5. inzicht in de werking en het elementaire onderhoud van de voor de verkeersveiligheid en voor het milieu van belang zijnde voertuigonderdelen, veiligheidsvoorzieningen en uitrustingsstukken;

  6. kennis van en inzicht in de invloed van het eigen rijgedrag op de mobiliteits- en milieuproblematiek;

  7. kennis van en inzicht in de wijze waarop lading veilig moet worden vervoerd;

  8. kennis van en inzicht in de werking en defecten van de belangrijkste voertuigonderdelen en vloeistoffen.

Artikel 65

  1. Indien de aanvrager bij het theorie-examen naar het oordeel van het CBR heeft voldaan aan de eisen, registreert het CBR ten behoeve van de aanvrager dat hij is geslaagd voor het theorie-examen en draagt het CBR er zorg voor dat het resultaat van het examen aan de aanvrager bekend wordt gemaakt.

  2. Ten behoeve van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdelen e, f en h, geeft het CBR aan de betrokken kandidaat een verklaring af dat deze is geslaagd voor de rijbewijscategorie AM, respectievelijk ten behoeve van de rijbewijscategorie A.

Artikel 67

Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

  1. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor deze categorie;

  2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 67a

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A1 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A of dient aan te tonen dat hij beschikt over een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat ten behoeve van de rijbewijscategorie A;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Indien de aanvraag betrekking heeft op het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 moet de aanvrager tevens niet langer dan een jaar voor de dag van dat examen zijn geslaagd voor het praktijkexamen voertuigbeheersing voor die categorie.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt, voor zover het de toelating tot het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A1 betreft, met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A gelijkgesteld:

    1. een geldig rijbewijs B of

    2. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

  4. Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen reeds beschikt over:

    1. een geldig rijbewijs A1 dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling, of

    2. een geldig rijbewijs A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling.

  5. Het tweede lid geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen in het bezit is van:

    1. een geldig rijbewijs A1 dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling, of

    2. een geldig rijbewijs A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling.

Artikel 67b

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen te zijn geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A of dient aan te tonen dat hij beschikt over een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen afgegeven theoriecertificaat ten behoeve van de rijbewijscategorie A;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Indien de aanvraag betrekking heeft op het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A2 moet de aanvrager tevens niet langer dan een jaar voor de dag van dat examen zijn geslaagd voor het praktijkexamen voertuigbeheersing voor die categorie.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt, voor zover het de toelating tot het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A2 betreft, met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A gelijkgesteld:

    1. een geldig rijbewijs B, of

    2. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

  4. Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen in het bezit is van:

    1. een rijbewijs voor de categorie A1,

    2. een geldig rijbewijs A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland,

    3. een geldig rijbewijs A2 dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, of

    4. een geldig rijbewijs A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling.

  5. Het tweede lid geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen:

    1. ten minste twee jaar in het bezit is van een rijbewijs A1,

    2. ten minste twee jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland,

    3. in het bezit is van een geldig rijbewijs A2 dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling, of

    4. in het bezit is van een geldig rijbewijs A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling.

Artikel 67c

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen te zijn geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A of dient aan te tonen dat hij beschikt over een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen afgegeven theoriecertificaat ten behoeve van de rijbewijscategorie A;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Indien de aanvraag betrekking heeft op het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A moet de aanvrager tevens niet langer dan een jaar voor de dag van dat examen zijn geslaagd voor het praktijkexamen voertuigbeheersing voor die categorie.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt, voor zover het de toelating tot het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A betreft, met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A gelijkgesteld:

    1. een geldig rijbewijs B, of

    2. een geldig rijbewijs B afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

  4. Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen:

    1. in het bezit is van een rijbewijs voor de categorie A1 en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt;

    2. in het bezit is van een geldig rijbewijs voor de categorie A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt;

    3. ten minste twee jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs A2;

    4. ten minste twee jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    5. in het bezit is van een rijbewijs A2 en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt;

    6. in het bezit is van een geldig rijbewijs A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt;

    7. reeds in het bezit is van een geldig rijbewijs A dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt;

    8. reeds in het bezit is van een geldig rijbewijs A, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt.

  5. Het tweede lid geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen:

    1. ten minste twee jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs A2,

    2. ten minste twee jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland,

    3. in het bezit is van een geldig rijbewijs A dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt, of

    4. in het bezit is van een geldig rijbewijs A, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt.

Artikel 67d

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie B moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor deze categorie of een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs B, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs B afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie B gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat voor de rijbewijscategorie B.

  3. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij B moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs B dat hetzij nog geldig is, hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs B afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die betrekking hebben op rijbewijscategorie B met het oog op het verkrijgen van de bevoegdheid tot het besturen van een samenstel van een trekkend motorrijtuig van de categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, waarbij de toegestane maximum massa van dit samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3500 kg, maar niet meer bedraagt dan 4250 kg.

Artikel 67e

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie C1 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan twee jaren voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor deze categorie of een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs C1, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs C1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling;

    2. de aanvrager dient tevens een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs B, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    3. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C1 gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat voor de rijbewijscategorie C1.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie C1 en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs B gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

  4. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij C1 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs C1, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs C1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  5. Voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie E bij C1 en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs C1 gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie C1, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

Artikel 67f

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie C moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan twee jaren voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor deze categorie of een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs C, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs C, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling;

    2. de aanvrager dient tevens een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs B, dat hetzij nog geldig is, hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    3. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat voor de rijbewijscategorie C.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie C en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs B gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

  4. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij C moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs C, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs C, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  5. Voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie E bij C en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs C gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie C, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

Artikel 67g

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie D1 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan twee jaren voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor deze categorie of een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs D1, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs D1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling;

    2. de aanvrager dient tevens een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs B dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    3. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D1 gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat voor de rijbewijscategorie D1.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie D1 en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs B gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

  4. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij D1 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs D1, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs D1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  5. Voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie E bij D1 en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs D1 gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie D1, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

Artikel 67h

  1. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie D moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient niet langer dan twee jaren voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor deze categorie of een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs D, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs D, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van deze categorie met automatische schakeling;

    2. de aanvrager dient tevens een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs B,dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

    3. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat voor de rijbewijscategorie D.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie D en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs B gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

  4. Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij D moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient een van de volgende documenten over te leggen:

      1. een rijbewijs D, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of

      2. een geldig rijbewijs D, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland;

    2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

  5. Voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie E bij D en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt, met een rijbewijs D gelijkgesteld een ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie D, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar voor de dag van het examen mag liggen.

Artikel 67ha

Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie T moet zijn voldaan aan de volgende eisen:

  1. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie T;

  2. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht te overleggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 67i

In afwijking van de artikelen 67 tot en met 67ha moet, indien het de toelating tot het praktijkexamen in verband met een aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, betreft, zijn voldaan aan de volgende eisen:

  1. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen;

  2. de aanvrager dient de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring over te leggen;

  3. de aanvrager dient niet langer dan twee jaar voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor de zwaarste rijbewijscategorie, bedoeld in artikel 42a, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft, indien de aanvraag betrekking heeft op de categorieën E bij C, C, E bij D, D, E bij C1, C1, E bij D1 of D1;

  4. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor de zwaarste rijbewijscategorie, bedoeld in artikel 42a, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft, indien de aanvraag betrekking heeft op de categorieën E bij B, B, A, A2, A1, AM of T.

Artikel 69a

  1. De eisen waaraan bij het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op twee wielen, dient te worden voldaan, betreffen:

    1. bedrevenheid in de bediening en de beheersing van het voertuig;

    2. het op juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer;

    3. het kunnen toepassen van de bij of krachtens de wet vastgestelde voorschriften.

  2. De eisen waaraan bij het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op drie of vier wielen, dient te worden voldaan, betreffen de bedrevenheid in de bediening en de beheersing van het voertuig.

Artikel 69b

  1. Het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op twee wielen, bestaat uit het afleggen van een rijproef met een bromfiets op twee wielen die blijkens de gegevens in het kentekenregister of voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die meer bedraagt dan 25 km/h.

  2. Het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op drie of vier wielen, bestaat uit het afleggen van een rijproef met een bromfiets op drie of vier wielen die blijkens de gegevens in het kentekenregister of voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die meer bedraagt dan 25 km/h.

Artikel 70

  1. De eisen waaraan bij het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de de rijbewijscategorieën A1, A2 en A dient te worden voldaan betreffen het op juiste en veilige wijze uitvoeren van een aantal bijzondere verrichtingen met het voertuig.

  2. De eisen waaraan bij het praktijk-examen verkeersdeelneming voor de de rijbewijscategorieën A1, A2 en A dient te worden voldaan betreffen:

    1. bedrevenheid in de bediening van het voertuig;

    2. het op juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer;

    3. het kunnen toepassen van de bij en krachtens de wet vastgestelde voorschriften.

  3. De eisen waaraan bij het praktijkexamen voor de de rijbewijscategorieën B, C1, C, D1, D, E en T dient te worden voldaan, betreffen:

    1. bedrevenheid in de bediening van het voertuig;

    2. het op juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer;

    3. het kunnen toepassen van de bij en krachtens de wet vastgestelde voorschriften;

    4. het op juiste en veilige wijze uitvoeren van een aantal bijzondere verrichtingen met het voertuig.

  4. Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien de aanvrager bij een vóór het betrokken praktijkexamen door hem afgelegde tussentijdse toets ten genoegen van het CBR heeft aangetoond aan de daar gestelde eis te voldoen.

Artikel 71

  1. De in artikel 53, tweede en dertiende lid, bedoelde praktijkexamens voor de rijbewijscategorie A1 bestaan uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig op twee wielen van de categorie A1, zonder zijspan, met een cilinderinhoud van ten minste 120 cm3, dat een snelheid kan bereiken van ten minste 90 km/u, dan wel, indien het gaat om een motorrijtuig op twee wielen van de categorie A1, zonder zijspan, met een volledig elektrische aandrijving, met een zodanig motorrijtuig met een maximumvermogen van minder dan 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten minste 0,08 kW per kg en dat een snelheid kan bereiken van ten minste 90 km/u.

  2. De in artikel 53, derde en dertiende lid, bedoelde praktijkexamens voor de rijbewijscategorie A2 bestaan uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig op twee wielen van de categorie A2, zonder zijspan, met een vermogen van ten minste 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van niet meer dan 0,2 kW/kg, dan wel, indien het gaat om een motorrijtuig op twee wielen van de categorie A2, zonder zijspan, met een volledig elektrische aandrijving, met een zodanig motorrijtuig met een maximumvermogen van ten minste 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten minste 0,15 kW/kg. Indien het motorrijtuig door een verbrandingsmotor wordt aangedreven, bedraagt de cilinderinhoud daarvan ten minste 250 cm3.

  3. De in artikel 53, vierde en dertiende lid, bedoelde praktijkexamens voor de rijbewijscategorie A bestaan uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig op twee wielen van de categorie A, zonder zijspan, met een ongeladen massa van ten minste 180 kg en met een vermogen van ten minste 50 kW, dan wel, indien het gaat om een motorrijtuig van de categorie A op twee wielen, zonder zijspan, met een volledig elektrische aandrijving, met een zodanig motorrijtuig met een maximumvermogen van ten minste 50 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten minste 0,25 kW/kg.

Artikel 72

  1. Het praktijkexamen voor het rijbewijs B bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig op vier wielen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg, en dat niet is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen. Het motorrijtuig dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 100 km per uur.

  2. Het praktijkexamen voor het rijbewijs B dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van motorrijtuigen van de categorie B, waaraan een aanhangwagen of oplegger is gekoppeld waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 750 kg, waarbij de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3500 kg, maar niet meer dan 4250 kg, bestaat uit het afleggen van een rijproef overeenkomstig artikel 75.

Artikel 72a

Het praktijkexamen voor het rijbewijs C1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig van de categorie C1, niet zijnde een motorrijtuig bestemd voor het voortbewegen van een oplegger, dat niet is ingericht voor het vervoer van personen en waarvan de lengte ten minste 6,00 m, de breedte ten minste 2,20 m, de wielbasis ten minste 3,50 m, de toegestane maximum massa ten minste 6000 kg en de feitelijke totale massa ten minste 5000 kg bedraagt. Het motorrijtuig dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine en met een lengte van nagenoeg de lengte van de laadvloer, en dient met ten minste 1000 kg te zijn beladen. Het motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een anti-blokkeersyteem, een versnellingsbak met ten minste vijf voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014. Het motorrijtuig dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 80 km per uur.

Artikel 73

  1. Het praktijkexamen voor het rijbewijs C bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig van de categorie C, niet zijnde een motorrijtuig bestemd voor het voortbewegen van een oplegger:

    1. waarvan de lengte ten minste 9,00 m, de breedte ten minste 2,50 m en de wielbasis ten minste 5,20 m bedraagt;

    2. waarvan de feitelijke totale massa ten minste 15.000 kg en de toegestane maximum massa ten minste 12.000 kg bedraagt;

    3. dat mag zijn uitgerust met één aangedreven as;

    4. dat is voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine, en met een lengte van nagenoeg de lengte van de laadvloer;

    5. dat met ten minste 5.000 kg is beladen, waarbij de lading in IBC's of verpakkingen van vergelijkbare afmetingen op de laadvloer is geplaatst;

    6. dat is voorzien van een werkende aslastmeter op alle assen of een weegbrief van ten hoogste één jaar oud;

    7. dat is uitgerust met een antiblokkeersysteem, een cruise control, een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen, waarbij de versnelling door de bestuurder met de hand wordt bediend, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014;

    8. dat is voorzien van een slaapcabine en minimaal drie zitplaatsen, overeenkomstig het kentekenregister; en

    9. dat een snelheid kan bereiken van ten minste 80 km per uur.

  2. Indien het een praktijkexamen betreft voor de rijbewijscategorie C met het oog op de aanvraag van een rijbewijs voor die categorie, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, is het in het eerste lid bedoelde motorrijtuig voorzien van een schakelaar of hendel, waarmee de bestuurder invloed kan uitoefenen op de gangwissel van het motorrijtuig.

Artikel 73a

Het praktijkexamen voor het rijbewijs D1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een ongeleed motorrijtuig van de categorie D1 dat is ingericht voor het vervoer van meer dan acht en ten hoogste zestien personen, de bestuurder niet meegerekend, en waarvan de lengte ten minste 6,50 m, de breedte ten minste 1,90 m en de toegestane maximum massa ten minste 4000 kg bedraagt. Het motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een anti-blokkeersysteem, een versnellingsbak met ten minste vijf voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014. Het motorrijtuig dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 80 km per uur.

Artikel 74

  1. Het praktijkexamen voor het rijbewijs D bestaat uit het afleggen van een rijproef met een ongeleed motorrijtuig:

    1. dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;

    2. waarvan de lengte ten minste 11,50 m, de breedte ten minste 2,50 m en de afstand van het hart van de vooras tot het hart van de aangedreven as ten minste 5,40 m bedraagt;

    3. dat is uitgerust met een antiblokkeersysteem, cruise control, een versnellingsbak met ten minste vijf voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014; en

    4. dat een snelheid kan bereiken van ten minste 80 km per uur.

  2. Indien het een praktijkexamen betreft voor de rijbewijscategorie D met het oog op de aanvraag van een rijbewijs voor die categorie, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, is het in het eerste lid bedoelde motorrijtuig voorzien van een schakelaar of hendel, waarmee de bestuurder invloed kan uitoefenen op de gangwissel van het motorrijtuig.

Artikel 75

Het praktijk-examen voor het rijbewijs E bij B bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 72, eerste lid, waarvan de toegestane maximum massa meer dan 1750 kg bedraagt, en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 6 m en de toegestane maximum massa meer dan 1750 kg bedraagt. De aanhangwagen dient te zijn uitgerust met twee assen waarvan er maximaal één gestuurd is, dan wel met een samenstel van twee starre assen in het midden van de aanhangwagen. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif waarvan de breedte en de hoogte ten minste die van het trekkende motorrijtuig bedragen en dient voor ten minste 50% van het laadvermogen te zijn beladen.

Artikel 75a

Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij C1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een samenstel van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 72a en een aanhangwagen waarvan de maximum toegestane massa ten minste 3000 kg en de lengte ten minste 5,00 m bedraagt. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even hoog en breed als de cabine van het trekkend motorrijtuig, en met een lengte van nagenoeg de lengte van de laadvloer, en dient met ten minste 800 kg te zijn beladen. De gesloten opbouw of de gesloten huif mag ook nagenoeg even breed zijn als het trekkend motorrijtuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van buitenspiegels mogelijk is. Het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen dient een lengte te hebben van ten minste 11,00 m. De aanhangwagen dient te zijn uitgerust met twee of meer assen, waarvan er maximaal één gestuurd is, dan wel bij een samenstel van twee of meer assen in het midden, waarvan zowel de assen als de wielen niet stuurbaar of zelfsturend zijn.

Artikel 76

  1. Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij C bestaat uit het afleggen van een rijproef:

    1. met een samenstel van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 73 en een autonome of middenasaanhangwagen waarvan de lengte ten minste 7,50 m en de breedte ten minste 2,50 m bedraagt. De lengte van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen bedraagt ten minste 17,00 m. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken. De toegestane maximummassa van het trekkend motorrijtuig en de aanhangwagen tezamen dient ten minste 20.000 kg te bedragen en de feitelijke totale massa van het samenstel dient ten minste 25.000 kg te bedragen. De middenasaanhangwagen dient te zijn uitgerust met minimaal twee starre assen die tijdens het examen op het wegdek moeten staan, waarbij de hoogte van het hart van de onderbouwkoppeling zich op niet meer dan 0,55 m boven het wegdek bevindt. De middenasaanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine van het trekkend motorrijtuig en met een lengte van nagenoeg de lengte van de laadvloer van de middenasaanhangwagen, en dient met ten minste 5.000 kg te zijn beladen, waarbij de lading in IBC's of verpakkingen van vergelijkbare afmetingen op de laadvloer is geplaatst en werkende aslastmeters op alle assen of een weegbrief van ten hoogste één jaar oud; of

    2. met een samenstel van een opleggertrekker met een breedte van 2,50 m en een oplegger. De lengte van het samenstel van opleggertrekker en oplegger bedraagt ten minste 15,50 m. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken. De toegestane maximummassa van het samenstel dient ten minste 20.000 kg te bedragen en de feitelijke totale massa van het samenstel dient ten minste 25.000 kg te bedragen. De opleggertrekker en de oplegger dienen te zijn uitgerust met een antiblokkeersysteem, en de opleggertrekker ook met cruise control, een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014. De opleggertrekker dient te zijn voorzien van een slaapcabine en minimaal drie zitplaatsen, overeenkomstig het kentekenregister. De oplegger dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine van de opleggertrekker en met een lengte van nagenoeg de lengte van de laadvloer, maar ten minste 7,50 m, en dient met ten minste 10.000 kg te zijn beladen, waarbij de lading in IBC's of verpakkingen van vergelijkbare afmetingen op de laadvloer is geplaatst, en werkende aslastmeters op alle assen of een weegbrief van maximaal één jaar oud. De oplegger moet beschikken over ten minste twee assen en ten hoogste drie assen, waarvan in beide gevallen ten minste één starre as. Tijdens het examen moeten ten minste twee assen waarvan één starre as op het wegdek staan.

  2. Indien het een praktijkexamen betreft voor de rijbewijscategorie E bij C met het oog op de aanvraag van een rijbewijs voor die categorie, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, is het in het eerste lid bedoelde trekkend motorrijtuig voorzien van een schakelaar of hendel, waarmee de bestuurder invloed kan uitoefenen op de gangwissel van het motorrijtuig.

Artikel 76a

Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij D1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een samenstel van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 73a en een aanhangwagen waarvan de maximaal toegestane massa ten minste 2000 kg en de lengte ten minste 4,50 m bedraagt. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif die ten minste 2,00 m breed en 2,00 m hoog is en dient met ten minste 800 kg te zijn beladen. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken.

Artikel 77

  1. Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij D bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 74 en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 5 m, de breedte ten minste 2,40 m en de toegestane maximum massa ten minste 3000 kg bedraagt. De aanhangwagen moet zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is en dient met ten minste 800 kg te zijn beladen. Het samenstel dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 80 km per uur.

  2. Indien het een praktijkexamen betreft voor de rijbewijscategorie E bij D met het oog op de aanvraag van een rijbewijs voor die categorie, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, is het in het eerste lid bedoelde trekkend motorrijtuig voorzien van een schakelaar of hendel, waarmee de bestuurder invloed kan uitoefenen op de gangwissel van het motorrijtuig.

Artikel 77a

Het praktijkexamen voor het rijbewijs T bestaat uit het afleggen van een rijproef met een samenstel, waarvan de feitelijke massa niet meer bedraagt dan de technisch toegestane massa van het samenstel, en de lengte ten minste 11 m bedraagt, bestaande uit:

  1. een landbouw- of bosbouwtrekker van de voertuigclassificatie T1a of T1b, bedoeld in verordening (EU) 167/2013,

    1. waarvan de breedte ten minste 2,4 m en ten hoogste 2,55 m, en de massa van het trekkend motorrijtuig in de rijklare toestand ten minste 5.500 kg bedraagt en de technisch toegestane maximummassa op de koppeling en de as of assen niet wordt overschreden,

    2. met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 40 km/h of meer,

    3. die is voorzien van een gesloten, hydraulisch of luchtgeveerde cabine, dan wel een gesloten cabine met spiraalvering, geplaatst achter het hart van de vooras van het trekkende motorrijtuig,

    4. die voorzien is van een verstelbaar stuur dat nagenoeg op de middenlangslijn is gepositioneerd,

    5. die beschikt over een goed werkende toerenteller en snelheidsmeter, die ook vanaf de zitplaats van de examinator goed zichtbaar zijn, en

    6. die is voorzien van een naar het oordeel van het CBR geschikte aanhangwagenkoppeling, en

  2. een aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met ten minste twee assen, waarvan minimaal één starre as,

    1. waarvan de lengte ten minste 6 m, de breedte ten minste 2,4 m en ten hoogste 2,55 m is en de wielbasis ten minste 4,5 m bedraagt,

    2. die is geconstrueerd voor een maximumsnelheid van 40 km/h of meer,

    3. waarvan de ledige massa vermeerderd met de lading ten minste 11.000 kg bedraagt, en waarbij de technisch toegestane maximum massa op de koppeling en de as of assen niet wordt overschreden,

    4. die is voorzien van een opbouw of huif, niet zijnde een tank of tankcontainer, die nagenoeg de lengte van de laadvloer, nagenoeg de breedte van de aanhangwagen, een dusdanige hoogte heeft, dat het voor de feitelijke bestuurder onmogelijk is hier overheen te kijken en waarvan de zijwanden en kopschot of achterwand niet doorzichtig zijn,

    5. die is beladen met ten minste 6.000 kg, waarbij de lading is verdeeld en deugdelijk is vastgezet,

    6. die is voorzien van een bedrijfsrem die werkt op alle wielen, en

    7. die is voorzien van een naar het oordeel van het CBR geschikte koppeling.

Artikel 78

Het motorrijtuig waarmee de rijproef wordt afgelegd, behoeft niet te zijn voorzien van handschakeling.

Artikel 78a

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs AM wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.

Artikel 79

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs A wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.

Artikel 80

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs B wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van:

  1. inrichtingen die zo zijn aangebracht dat de examinator daarmee de bedrijfsrem en, indien het een motorrijtuig met handschakeling betreft, de koppeling vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen;

  2. een binnen- en een buitenspiegel, dan wel een camera-monitorsysteem of camera-monitorsystemen, waarmee de examinator het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien;

  3. een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.

Artikel 81

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs C1, C, D1, D of E wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van:

  1. inrichtingen die zo zijn aangebracht dat de examinator daarmee de bedrijfsrem en, indien het een motorrijtuig met handschakeling betreft, de koppeling vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen;

  2. twee of meer buitenspiegels, dan wel een camera-monitorsysteem of camera-monitorsystemen, waarmee de examinator het rechts en links naast en achter hem gelegen weggedeelte kan overzien;

  3. een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.

Artikel 81a

  1. Het samenstel waarmee de rijproef voor het rijbewijs T wordt afgelegd, dient in ieder geval te zijn voorzien van:

    1. de bij het trekkend motorrijtuig en de aanhangwagen behorende kentekenplaten en kentekenbewijzen;

    2. inrichtingen die zo zijn aangebracht dat de examinator daarmee de bedrijfsrem en het koppelingspedaal vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen;

    3. linker- en rechterbuitenspiegels of een camera-monitorsysteem of camera-monitorsystemen die zodanig zijn geplaatst dat zowel de feitelijke bestuurder als de examinator het rechts en links naast en achter hem gelegen weggedeelte kan overzien en waarmee tijdens het afslaan en in bochten in het wegverloop voldoende zicht is op de wielen van de aanhangwagen, het deel van de weg naast de aanhangwagen en een zo groot mogelijk deel van de onderzijde van de aanhangwagen, en

    4. een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.

  2. In aanvulling op het eerste lid kan het CBR nadere eisen stellen die betrekking hebben op de veiligheid van de kandidaat, de examinator of de veiligheid op de weg, dan wel in het algemeen van belang zijn voor het afnemen van een examen dat recht doet aan de uitvoering van de verkeerstaak met een motorrijtuig dat met het rijbewijs voor de categorie T mag worden bestuurd.

  3. Het in het eerste lid bedoelde motorrijtuig mag niet zijn voorzien van een verwisselbaar uitrustingsstuk.

  4. Voorafgaand aan het praktijkexamen dienen de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kentekenbewijzen behoorlijk ter inzage te worden gegeven.

Artikel 82

  1. Het motorrijtuig, het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen, dan wel het samenstel van trekkend motorrijtuig en oplegger, waarmee de rijproef wordt afgelegd, dient naar het oordeel van het CBR daartoe geschikt te zijn

  2. Aan de praktijkexamens voor de rijbewijscategorieën A1, A2 en A mag slechts worden deelgenomen door kandidaten met een naar het oordeel van het CBR daartoe geschikte beschermende uitrusting, bestaande uit handschoenen, schoeisel, beschermende kleding en een helm.

  3. Indien in verband met lichamelijke beperkingen slechts bepaalde typen motorrijtuigen of alleen een aangepast motorrijtuig mag worden bestuurd, dan vindt het praktijkexamen plaats in zo’n motorrijtuig, dan wel in een samenstel van zo’n trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger.

Artikel 83

  1. De duur van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, voor zover het betreft bromfietsen op twee wielen, bedraagt ten minste 25 minuten.

  2. De duur van het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorieën A1, A2 en A en van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorieën B en E bij B bedraagt ten minste 35 minuten.

  3. De duur van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorieën A2 en A bedraagt ten minste 35 minuten.

  4. De duur van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1, D, E bij C1, E bij C, E bij D1, E bij D en T bedraagt ten minste 60 minuten.

Artikel 84

De rijproef kan binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien naar het oordeel van de examinator de aanvrager door zijn wijze van rijden de veiligheid op de weg in gevaar brengt. Bij het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A kan de rijproef eveneens binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien naar het oordeel van de examinator de aanvrager de bijzondere verrichtingen niet op juiste of veilige wijze uitvoert.

Artikel 85

  1. Indien de aanvrager naar het oordeel van de examinator bij het onderzoek naar de rijvaardigheid heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, registreert het CBR in het rijbewijzenregister ten behoeve van de aanvrager een verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie waarvoor de aanvrager aan die eisen heeft voldaan.

  2. Indien de aanvrager van een verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie C, CE, D of DE, die voldoet aan de in artikel 18a, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde eisen, naar het oordeel van de examinator niet heeft voldaan aan de in artikel 18a, eerste lid, onderdeel c, bedoelde eisen, maar overigens wel heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie C, CE, D of DE, wordt een verklaring van rijvaardigheid geregistreerd die geldig is voor de desbetreffende rijbewijscategorie waarvoor de aanvrager aan de eisen heeft voldaan, met dien verstande dat daarbij wordt geregistreerd dat de aanvrager het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig van de categorie C of D met automatische schakeling, respectievelijk met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig van de categorie C of D met automatische schakeling.

Artikel 86

  1. De aanvrager van een verklaring van rijvaardigheid, die binnen een tijdsbestek van vijf jaren tot vier maal toe ter zake van dezelfde rijbewijscategorie een mededeling heeft ontvangen dat hij niet aan de bij ministeriële regeling ten aanzien van die rijbewijscategorie vastgestelde eisen heeft voldaan, dient zich, indien hij een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor die rijbewijscategorie indient, te onderwerpen aan een nader onderzoek naar zijn rijvaardigheid.

  2. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorieën A1, A2 en A, geldt het eerste lid slechts indien de daar bedoelde mededeling betrekking heeft op het niet voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen wat betreft de verkeersdeelneming.

Artikel 87

Het nader onderzoek bestaat uit het afleggen van een rijproef ten overstaan van een door het CBR aangewezen rijvaardigheidsadviseur. De artikelen 54 en 55, 67 tot en met 82 en 84 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 88

De duur van het nader onderzoek bedraagt voor de rijbewijscategorieën AM, A1, A2, A, B en E bij B ten minste 50 minuten en voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1, D, E bij C1, E bij C, E bij D1, E bij D en T ten minste 80 minuten.

Artikel 89

Indien de aanvrager naar het oordeel van de rijvaardigheidsadviseur bij het nader onderzoek voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, registreert het CBR in het rijbewijzenregister ten behoeve van de aanvrager een verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie waarvoor de aanvrager aan die eisen heeft voldaan.

Artikel 90

Indien de aanvrager naar het oordeel van de rijvaardigheidsadviseur bij het nader onderzoek niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, adviseert de rijvaardigheidsadviseur de aanvrager omtrent de wijze waarop deze ten aanzien van die onderdelen waarop hij niet aan die eisen voldoet, zijn rijvaardigheid kan verbeteren.

Artikel 91

De aanvrager die bij het nader onderzoek niet heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, dient zich, indien hij een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor die rijbewijscategorie indient, opnieuw te onderwerpen aan een nader onderzoek naar zijn rijvaardigheid.

Artikel 92

  1. Indien de aanvrager van een verklaring van rijvaardigheid ook bij het tweede nader onderzoek voor dezelfde rijbewijscategorie niet blijkt te voldoen aan de bij ministeriële regeling ten aanzien van die rijbewijscategorie vastgestelde eisen, is het CBR bevoegd te vorderen dat de aanvrager, indien hij na het tweede nader onderzoek voor dezelfde rijbewijscategorie een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor die rijbewijscategorie indient, op eigen kosten een onderzoek naar zijn geschiktheid ondergaat. Het onderzoek wordt verricht door een of meer door het CBR aangewezen deskundigen.

  2. Het eerste lid en de artikelen 93 tot en met 96 zijn niet van toepassing op aanvragers van een verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie AM.

Artikel 93

Door de aangewezen deskundige of deskundigen wordt aan het CBR schriftelijk medegedeeld of de aanvrager naar zijn of naar hun oordeel voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 94

Het CBR onderzoekt mede op basis van de bevindingen van de aangewezen deskundige of deskundigen of de aanvrager al dan niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 95

Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, dient hij zich in het kader van een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor de betrokken rijbewijscategorie te onderwerpen aan een nader onderzoek naar zijn rijvaardigheid als bedoeld in artikel 87. De artikelen 54 en 55, 67 tot en met 82 en 84 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 96

Indien de aanvrager op basis van het in artikel 94 bedoelde onderzoek een mededeling ontvangt dat hij naar het oordeel van het CBR niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, dient hij bij het indienen van een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor de betrokken rijbewijscategorie behoudens de in de artikelen 67 tot en met 67h genoemde bescheiden tevens een verklaring van geschiktheid voor die rijbewijscategorie over te leggen.

← terug naar Reglement rijbewijzen