Reglement rijbewijzen

Inhoud

Artikel 128

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2026.
  1. De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen zorg voor een op schrift gestelde beveiligingsprocedure, die in ieder geval voorschriften bevat met betrekking tot:

    1. de toegang van personen tot en het beheer van rijbewijzen, de met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen, apparatuur, toegangspassen en gebruikerscodes tot de apparatuur;

    2. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het zesde lid;

    3. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen betrokken functionarissen.

  2. Indien het als gevolg van de omvang van het ambtelijk apparaat van een met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteit niet mogelijk is om te allen tijde te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, gestelde eis van functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid worden afgeweken.

  3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt schriftelijk vastgelegd:

    1. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;

    2. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;

    3. de namen van de functionarissen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen.

  4. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het zesde lid, of de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. Indien de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen niet op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 130, tweede lid.

  5. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs niet vernietigd dan nadat de in het vierde lid bedoelde controle heeft plaatsgevonden.

  6. De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten wijzen een beveiligingsfunctionaris aan, die is belast met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.

  7. De in het eerste lid bedoelde maatregelen maken deel uit van de reguliere accountantscontrole.

  8. De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de beveiligingsprocedure, bedoeld in het eerste lid, telkenjare wordt geëvalueerd en zonodig wordt aangepast.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 28-09-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 15-09-2022 Historisch 14-09-2022 Historisch 01-09-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-11-2021 Historisch 13-10-2021 Historisch 01-06-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 12-12-2020 Historisch 01-12-2020 Historisch 04-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen zorg voor een op schrift gestelde beveiligingsprocedure, die in ieder geval voorschriften bevat met betrekking tot:

    1. de toegang van personen tot en het beheer van rijbewijzen, de met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen, apparatuur, toegangspassen en gebruikerscodes tot de apparatuur;

    2. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het zesde lid;

    3. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen betrokken functionarissen.

  2. Indien het als gevolg van de omvang van het ambtelijk apparaat van een met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteit niet mogelijk is om te allen tijde te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, gestelde eis van functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid worden afgeweken.

  3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt schriftelijk vastgelegd:

    1. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;

    2. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;

    3. de namen van de functionarissen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen.

  4. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het zesde lid, of de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. Indien de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen niet op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 130, tweede lid.

  5. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs niet vernietigd dan nadat de in het vierde lid bedoelde controle heeft plaatsgevonden.

  6. De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten wijzen een beveiligingsfunctionaris aan, die is belast met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.

  7. De in het eerste lid bedoelde maatregelen maken deel uit van de reguliere accountantscontrole.

  8. De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de beveiligingsprocedure, bedoeld in het eerste lid, telkenjare wordt geëvalueerd en zonodig wordt aangepast.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Reglement rijbewijzen