Reglement rijbewijzen

Inhoud

Artikel 5

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2026.
  1. Voor het besturen van motorrijtuigen gelden de volgende minimumleeftijden:

    1. voor de rijbewijscategorie AM: 16 jaren;

    2. voor de rijbewijscategorie A1: 18 jaren;

    3. voor de rijbewijscategorie A2: 20 jaren;

    4. voor de rijbewijscategorie A, indien de bestuurder reeds in het bezit is van een rijbewijs voor de categorie A2: 22 jaren;

    5. voor de rijbewijscategorie A, indien de bestuurder niet in het bezit is van een rijbewijs voor de categorie A2: 24 jaren;

    6. In afwijking van onderdelen d en e geldt voor bestuurders van driewielige motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A de leeftijd van eenentwintig jaren;

    7. voor de rijbewijscategorie B en E bij B: 18 jaren;

    8. voor de rijbewijscategorie C1 en E bij C1: 18 jaren;

    9. voor de rijbewijscategorieën C en E bij C, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren;

    10. voor de rijbewijscategorieën C en E bij C, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 18 jaren;

    11. voor de rijbewijscategorieën D1 en E bij D1, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren;

    12. voor de rijbewijscategorieën D1 en E bij D1, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 18 jaren;

    13. voor de rijbewijscategorieën D en E bij D, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 24 jaren;

    14. voor de rijbewijscategorieën D en E bij D, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren.

  2. Er geldt geen minimumleeftijd voor:

    1. bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een elektromotor en die niet sneller kunnen rijden dan 10 km per uur;

    2. bestuurders van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet, die beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten als bedoeld in artikel 5, zesde lid, van het RVV 1990.

  3. Voor bestuurders van landbouw- en bosbouwtrekkers, gehandicaptenvoertuigen, anders dan die bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, alsmede voor bestuurders van motorrijtuigen waarvoor geen rijbewijsplicht geldt, geldt de minimumleeftijd van 16 jaren.

  4. Van de in het derde lid vastgestelde minimumleeftijd kan ontheffing worden verleend voor zover het betreft gehandicaptenvoertuigen als bedoeld in dat lid.

  5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt voor bestuurders van een motorrijtuig van de categorie A1 de minimumleeftijd van 16 jaren, indien zij beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs voor die categorie dat is verkregen door omwisseling overeenkomstig artikel 45.

  6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, geldt voor bestuurders van een motorrijtuig van de categorie A2 de minimumleeftijd van 18 jaren indien zij beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs voor die categorie dat is verkregen door omwisseling overeenkomstig artikel 45.

  7. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, geldt voor bestuurders van een motorrijtuig van de categorie A, niet zijnde een driewielig motorrijtuig van die categorie, de minimumleeftijd van 20 jaren, indien zij beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie A, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs voor die categorie dat is verkregen door omwisseling overeenkomstig artikel 45.

  8. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, geldt voor bestuurders van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B de leeftijd van zeventien jaren indien betrokkene in het bezit is van een rijbewijs B en een geldige, aan hem afgegeven begeleiderspas en wordt begeleid door een begeleider.

  9. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, en het achtste lid geldt voor degene die in het kader van begeleid rijden ten behoeve van de rijbewijscategorie B de tussentijdse toets, bedoeld in artikel 70, vierde lid, aflegt de leeftijd van zestien jaren en zes maanden.

  10. In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, geldt voor het Nederlandse grondgebied de leeftijd van 18 jaar, indien:

    1. de bestuurder een door het bevoegd gezag van een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een bij ministeriële regeling daaraan gelijkwaardig verklaarde opleiding afgegeven gewaarmerkte verklaring kan overleggen waaruit blijkt sinds welke datum hij de opleiding volgt, en

    2. de bestuurder door middel van een geldig bewijs van inschrijving kan aantonen dat hij nog staat ingeschreven bij de opleiding.

  11. De in het eerste lid, onderdeel m, vastgestelde minimumleeftijd van 21 jaren geldt niet indien het vervoer in het Europese deel van Nederland plaatsvindt en:

    1. de bestuurder de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 20 jaren heeft bereikt en,

      1. het vervoer betreft zonder passagiers; of

      2. het personenvervoer op geregelde diensten betreft waarvan het traject ten hoogste 50 km bedraagt; of

    2. de bestuurder de leeftijd van 20 jaren heeft bereikt.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 28-09-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 15-09-2022 Historisch 14-09-2022 Historisch 01-09-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-11-2021 Historisch 13-10-2021 Historisch 01-06-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 12-12-2020 Historisch 01-12-2020 Historisch 04-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 13-10-2021.

Tekst van deze versie

  1. Voor het besturen van motorrijtuigen gelden de volgende minimumleeftijden:

    1. voor de rijbewijscategorie AM: 16 jaren;

    2. voor de rijbewijscategorie A1: 18 jaren;

    3. voor de rijbewijscategorie A2: 20 jaren;

    4. voor de rijbewijscategorie A, indien de bestuurder reeds in het bezit is van een rijbewijs voor de categorie A2: 22 jaren;

    5. voor de rijbewijscategorie A, indien de bestuurder niet in het bezit is van een rijbewijs voor de categorie A2: 24 jaren;

    6. In afwijking van onderdelen d en e geldt voor bestuurders van driewielige motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A de leeftijd van eenentwintig jaren;

    7. voor de rijbewijscategorie B en E bij B: 18 jaren;

    8. voor de rijbewijscategorie C1 en E bij C1: 18 jaren;

    9. voor de rijbewijscategorieën C en E bij C, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren;

    10. voor de rijbewijscategorieën C en E bij C, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 18 jaren;

    11. voor de rijbewijscategorieën D1 en E bij D1, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren;

    12. voor de rijbewijscategorieën D1 en E bij D1, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 18 jaren;

    13. voor de rijbewijscategorieën D en E bij D, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 24 jaren;

    14. voor de rijbewijscategorieën D en E bij D, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren.

  2. Er geldt geen minimumleeftijd voor:

    1. bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een elektromotor en die niet sneller kunnen rijden dan 10 km per uur;

    2. bestuurders van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet, die beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten als bedoeld in artikel 5, zesde lid, van het RVV 1990.

  3. Voor bestuurders van landbouw- en bosbouwtrekkers, gehandicaptenvoertuigen, anders dan die bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, alsmede voor bestuurders van motorrijtuigen waarvoor geen rijbewijsplicht geldt, geldt de minimumleeftijd van 16 jaren.

  4. Van de in het derde lid vastgestelde minimumleeftijd kan ontheffing worden verleend voor zover het betreft gehandicaptenvoertuigen als bedoeld in dat lid.

  5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt voor bestuurders van een motorrijtuig van de categorie A1 de minimumleeftijd van 16 jaren, indien zij beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs voor die categorie dat is verkregen door omwisseling overeenkomstig artikel 45.

  6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, geldt voor bestuurders van een motorrijtuig van de categorie A2 de minimumleeftijd van 18 jaren indien zij beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie A2, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs voor die categorie dat is verkregen door omwisseling overeenkomstig artikel 45.

  7. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, geldt voor bestuurders van een motorrijtuig van de categorie A, niet zijnde een driewielig motorrijtuig van die categorie, de minimumleeftijd van 20 jaren, indien zij beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie A, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs voor die categorie dat is verkregen door omwisseling overeenkomstig artikel 45.

  8. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, geldt voor bestuurders van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B de leeftijd van zeventien jaren indien betrokkene in het bezit is van een rijbewijs B en een geldige, aan hem afgegeven begeleiderspas en wordt begeleid door een begeleider.

  9. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, en het achtste lid geldt voor degene die in het kader van begeleid rijden ten behoeve van de rijbewijscategorie B de tussentijdse toets, bedoeld in artikel 70, vierde lid, aflegt de leeftijd van zestien jaren en zes maanden.

  10. In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, geldt voor het Nederlandse grondgebied de leeftijd van 18 jaar, indien:

    1. de bestuurder een door het bevoegd gezag van een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een bij ministeriële regeling daaraan gelijkwaardig verklaarde opleiding afgegeven gewaarmerkte verklaring kan overleggen waaruit blijkt sinds welke datum hij de opleiding volgt, en

    2. de bestuurder door middel van een geldig bewijs van inschrijving kan aantonen dat hij nog staat ingeschreven bij de opleiding.

  11. De in het eerste lid, onderdeel m, vastgestelde minimumleeftijd van 21 jaren geldt niet indien het vervoer in het Europese deel van Nederland plaatsvindt en:

    1. de bestuurder de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 20 jaren heeft bereikt en,

      1. het vervoer betreft zonder passagiers; of

      2. het personenvervoer op geregelde diensten betreft waarvan het traject ten hoogste 50 km bedraagt; of

    2. de bestuurder de leeftijd van 20 jaren heeft bereikt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Reglement rijbewijzen