Tot het doen van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet zijn bevoegd:

  1. de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers;

  2. de commandant, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012, en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers;

  3. de betrokken officier van justitie;

  4. de directeur van het CBR.