Het praktijkexamen voor het rijbewijs C1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig van de categorie C1, niet zijnde een motorrijtuig bestemd voor het voortbewegen van een oplegger, dat niet is ingericht voor het vervoer van personen en waarvan de lengte ten minste 6,00 m, de breedte ten minste 2,20 m, de wielbasis ten minste 3,50 m, de toegestane maximum massa ten minste 6000 kg en de feitelijke totale massa ten minste 5000 kg bedraagt. Het motorrijtuig dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine en dient met ten minste 1000 kg te zijn beladen. Het motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een anti-blokkeersyteem, een versnellingsbak met ten minste vijf voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controleapparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370). Het motorrijtuig dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 80 km per uur.
Inhoud
Artikel 72a
Tekst van deze versie
Het praktijkexamen voor het rijbewijs C1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig van de categorie C1, niet zijnde een motorrijtuig bestemd voor het voortbewegen van een oplegger, dat niet is ingericht voor het vervoer van personen en waarvan de lengte ten minste 6,00 m, de breedte ten minste 2,20 m, de wielbasis ten minste 3,50 m, de toegestane maximum massa ten minste 6000 kg en de feitelijke totale massa ten minste 5000 kg bedraagt. Het motorrijtuig dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine en dient met ten minste 1000 kg te zijn beladen. Het motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een anti-blokkeersyteem, een versnellingsbak met ten minste vijf voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controleapparaat als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controleapparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370). Het motorrijtuig dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 80 km per uur.
Nog geen automatische verwijzingen.