In deze paragraaf wordt verstaan onder:
identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 576/2013.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 576/2013.
De artikelen 3.27, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, eerste lid, en 3.30, eerste lid, zijn niet van toepassing op:
een hond die wordt gehouden overeenkomstig artikel 13 van het Dierproevenbesluit 2014; en
een hond, geboren in Nederland voor 1 april 2013, tenzij de hond wordt overgedragen of wordt voorzien van een identificatiedocument.
Artikel 3.28, eerste lid, is niet van toepassing op een houder die voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel de hond reeds hield, tenzij de hond wordt overgedragen.
De artikelen 3.29, eerste lid, en 3.30, eerste lid, zijn niet van toepassing op uit het buitenland afkomstige houders die korter dan drie maanden met hun hond in Nederland verblijven, tenzij de hond wordt overgedragen.
Artikel 70, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 is van overeenkomstige toepassing op een houder met een hond op wie artikel 70, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 niet van toepassing is.
De houder, bedoeld in het eerste lid, of de exploitant, bedoeld in artikel 70 van verordening (EU) nr. 2019/2035 laat de identificatie uitvoeren door een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen of in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de wet.
In afwijking van het tweede lid laat een houder of exploitant de identificatie uitvoeren door een dierenarts indien de houder of de exploitant een hond overgedragen heeft gekregen zonder injecteerbare transponder.
Artikel 71 van verordening (EU) nr. 2019/2035 is van overeenkomstige toepassing op een houder met een hond op wie artikel 71 van verordening (EU) nr. 2019/2035 niet van toepassing is.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
de afgifte van identificatiedocumenten;
de termijn waarbinnen over een identificatiedocument moet worden beschikt; en
de overdracht van identificatiedocumenten.
Een houder registreert zich bij Onze Minister binnen een bij ministeriële regeling bepaalde termijn, indien:
de hond van de houder een nakomeling heeft voortgebracht;
de houder een hond voor het eerst in Nederland brengt;
de houder een hond heeft verkregen die niet is voorzien van een injecteerbare transponder of die niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 3.30, eerste lid of artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen.
De registratie wordt slechts gedaan indien de houder nog niet bij Onze Minister geregistreerd is.
Een houder draagt er zorg voor dat de registratie van zijn hond, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen plaatsvindt en vult deze registratie aan.
In afwijking van het eerste lid draagt de houder er zorg voor dat de dierenarts de volledige registratie van de hond doet, indien:
de hond is verkregen zonder injecteerbare transponder, identificatiedocument of registratie als bedoeld in het eerste lid; of
de hond voor het eerst in Nederland is gebracht.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de registraties, bedoeld in het eerste en tweede lid en over het wijzigen van de registratie bij overdracht, vermissing of overlijden van een hond.
Een persoon verkrijgt geen hond van een houder indien de hond:
niet is voorzien van een injecteerbare transponder overeenkomstig artikel 3.27;
niet is voorzien van een identificatiedocument overeenkomstig artikel 3.28;
niet is geregistreerd overeenkomstig de artikelen 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen en artikel 3.30, eerste lid; of
niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 3.30, tweede lid.
Onze Minister wijst de beheerder van een elektronisch portaal aan voor de registratie van honden en houders indien:
de beheerder van het portaal een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
het portaal schriftelijk en digitaal voldoende bereikbaar is voor houders;
de beheerder van het portaal aantoont dat hij gegevens elektronisch, tijdig en correct kan registeren bij Onze Minister; en
de beheerder handelt overeenkomstig de wetgeving over de verwerking van persoonsgegevens.
De beheerder van het portaal:
registreert de gegevens, bedoeld in artikel 3.30 en artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen direct bij Onze Minister; en
wijzigt op verzoek van Onze Minister de wijze waarop gegevens bij Onze Minister worden geregistreerd.
Onze Minister kan de aanwijzing schorsen dan wel intrekken indien de beheerder niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.
Aanwijzingen van databanken, verleend op grond van artikel 10 van het Besluit identificatie en registratie van dieren, gelden na de inwerkingtreding van dit artikel als aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid.