Als handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen het door de houder van het varken:
verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.3, onderdeel a, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan zeven dagen;
verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.3, onderdeel b en 2.6, onderdelen a tot en met c, van het Besluit diergeneeskundigen;
verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.3, onderdeel c, van het Besluit diergeneeskundigen, mits dit geschiedt met betrekking tot een bepaald dier op aanwijzing van een praktiserende dierenarts.