In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. beer: geslachtsrijp varken van het mannelijk geslacht dat kennelijk bestemd is voor de fokkerij;

  2. gebruiksvarken: varken met een leeftijd van ten minste tien weken tot aan het moment waarop het wordt geslacht dan wel een beer of gelt is geworden;

  3. gelt: geslachtsrijp varken van het vrouwelijk geslacht dat nog niet heeft geworpen, kennelijk bestemd voor de fokkerij;

  4. gespeend varken: gespeend varken met een leeftijd tot 10 weken;

  5. spenen: blijvend onttrekken van biggen aan een zogende zeug;

  6. stal: ruimte bestemd voor het houden van één of meer varkens;

  7. volwassen beer: beer van 18 maanden of ouder;

  8. zogende zeug: zeug tot aan het spenen van de biggen.