-
De houder van vleeskalkoenen of ouderdieren registreert per koppel onderscheiden naar geslacht de volgende gegevens:
het aantal binnengebrachte vleeskalkoenen of ouderdieren;
het aantal vleeskalkoenen of ouderdieren dat vanwege een natuurlijke oorzaak is gestorven of is gedood, per dag;
het totale levend gewicht van de vleeskalkoenen of ouderdieren bij aflevering aan het slachthuis, binnen twee weken na die aflevering.
-
De houder van vleeskalkoenen registreert ten hoogste een maand na aflevering van een koppel het uitvalpercentage van mannelijke en van vrouwelijke vleeskalkoenen en de oorzaak van de sterfte, indien dat percentage hoger is dan:
5% bij een koppel vrouwelijke dieren;
9% bij een koppel mannelijke dieren.
-
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden drie jaar bewaard.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Algemene huisvestings- en verzorgingsnormen
§ 3 Doden van dieren
§ 4 Voortplantingstechnieken
§ 5 Overige bepalingen
§ 6 Diergeneeskundige handelingen en diergeneesmiddelen
§ 7 Melding en bewaking dierziekten en zoönosen
§ 8 Bijeenbrengen van dieren
§ 9 Houden van schapen of geiten
§ 10 Registratie en erkenning van inrichtingen
§ 11 Identificatie en registratie van dieren
§ 12 Handel
§ 13 Sera en entstoffen
Hoofdstuk 2 Houden van dieren voor landbouwdoeleinden
§ 1 Algemeen
§ 2 Algemene huisvestings- en verzorgingsnormen
§ 3 Diergeneeskundige handelingen en diergeneesmiddelen
§ 3a Reinigen en ontsmetten
§ 4 Houden van varkens voor productie
§ 5 Houden van runderen voor productie
§ 6 Houden van pluimvee voor productie
§ 7 Houden van schapen of geiten voor productie
§ 8 Houden van konijnen voor productie
§ 9 Houden van nertsen voor productie
§ 10 Houden van overige dieren voor productie
Hoofdstuk 3 Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden
Hoofdstuk 4 Houden van dieren voor vertoning
Hoofdstuk 5 Doden van dieren voor de productie van dierlijke producten
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage I als bedoeld in artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren
Bijlage II als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit houders van dieren
Bijlage IIa Diersoorten als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a.
Bijlage III als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit
Bijlage IV als bedoeld in artikel 4.14 van het besluit
Artikel 2.76c
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
De houder van vleeskalkoenen of ouderdieren registreert per koppel onderscheiden naar geslacht de volgende gegevens:
het aantal binnengebrachte vleeskalkoenen of ouderdieren;
het aantal vleeskalkoenen of ouderdieren dat vanwege een natuurlijke oorzaak is gestorven of is gedood, per dag;
het totale levend gewicht van de vleeskalkoenen of ouderdieren bij aflevering aan het slachthuis, binnen twee weken na die aflevering.
-
De houder van vleeskalkoenen registreert ten hoogste een maand na aflevering van een koppel het uitvalpercentage van mannelijke en van vrouwelijke vleeskalkoenen en de oorzaak van de sterfte, indien dat percentage hoger is dan:
5% bij een koppel vrouwelijke dieren;
9% bij een koppel mannelijke dieren.
-
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden drie jaar bewaard.
Nog geen automatische verwijzingen.