In deze paragraaf wordt verstaan onder:
koppel: een groep ouderdieren die in een stal is ondergebracht, waarbij het leeftijdsverschil tussen de oudste hen en de jongste hen ten hoogste zeven dagen is;
legnest: afgescheiden ruimte voor een individueel ouderdier of een groep ouderdieren die geschikt is voor het leggen van eieren;
ouderdier: dier dat wordt gehouden voor de productie van broedeieren;
plateau: horizontaal aangebrachte verhoging van hout of kunststof waardoor geen mest kan vallen;
strooisel: houtkrullen, stro, gehakseld stro, turf, zand, zaagsel of ander materiaal met een losse structuur dat de dieren in staat stelt aan hun ethologische behoeften te voldoen;
vleeskuiken: dier van de soort Gallus gallus dat wordt gehouden voor de productie van vlees;
zitstok: horizontaal aangebrachte stok of lat van hout of kunststof waar het dier op kan zitten of rusten.