-
Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
-
Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
-
De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
-
Van de melding wordt op elektronische wijze kennis gegeven.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Openbare uitingen
Afdeling 9. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:34a
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:36a
- Artikel 2:36b
- Artikel 2:36c
- Artikel 2:37
- Artikel 2:37a
- Artikel 2:38
- Artikel 2:38a
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
Hoofdstuk Seksuele aangelegenheden
Hoofdstuk Bescherming van de fysieke leefomgeving
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk 5. Overige regelgeving
Hoofdstuk Slotbepalingen
Afdeling 5. Openbaar water en waterstaatswerken
Artikel 5:20
Ligplaats vaartuigen
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Artikel 5:21
Vaartuigwrakken
-
Het is verboden een vaartuig in of aan het openbaar water te plaatsen welke vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert en/of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
Artikel 5:23
Beschadigen van waterstaatswerken
-
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaart-politiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:23a
Vaarbeleid Zoetermeerse wateren
De wateren waarop het in dit artikel gestelde van toepassing is, zijn de Zoetermeerse plas, de Broekwegwetering en de Noordhovense plas; zoals aangegeven op de kaart in de met dit artikel verbonden bijlage ‘Zoetermeerse wateren’.
Het is verboden gemotoriseerde vaartuigen te gebruiken anders dan elektrisch aangedreven.
Het is verboden met gemotoriseerde vaartuigen sneller te varen dan 6 km per uur.
De verboden in lid 2 en 3 gelden niet voor de Zoetermeerse Reddingsbrigade, de politie, de brandweer, team Handhaving en watersportverenigingen die gebruik maken van de Zoetermeerse wateren zoals genoemd in lid 1 van dit artikel.
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in lid 2 en 3.