Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Openbare uitingen
Afdeling 3. Vertoningen op openbare plaatsen
Afdeling 4. Bruikbaarheid en uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 5. Evenementen
Afdeling 6. Toezicht op horecabedrijven
Afdeling 7. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling 8. Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 9. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling 11. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling 12. Bestrijding van heling van goederen
Hoofdstuk Seksuele aangelegenheden
Hoofdstuk Bescherming van de fysieke leefomgeving
Hoofdstuk 5. Overige regelgeving
Hoofdstuk Slotbepalingen

Afdeling 8. Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:23

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. de wet: de Wet op de kansspelen;

  2. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000;

  3. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  4. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan:

    1. het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen, en

    2. het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt;

  5. kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

  6. aanwezigheidsvergunning: de in artikel 30b eerste lid van de wet bedoelde vergunning voor het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten.

  7. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.

  8. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;

  9. Speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de wet;

  10. ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  11. beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;

  12. openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

Artikel 2:24

Hoog en Laagdrempelige inrichtingen

  1. Voor hoogdrempelige inrichtingen kan een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen worden verleend voor maximaal twee kansspelautomaten.

  2. In een hoogdrempelige inrichting mogen maximaal vier speelautomaten aanwezig zijn, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.

  3. In een laagdrempelige inrichting mogen maximaal vier speelautomaten aanwezig zijn, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.

Artikel 2:25

Exploitatie speelautomatenhal

    1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

    2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen

  1. De burgemeester kan voor maximaal drie speelautomatenhallen een vergunning verlenen.

  2. De burgemeester hoort voordat hij de vergunning(en) verleent de raad over de voorgestelde locaties.

  3. De raad maakt binnen vier weken kenbaar of er bedenkingen zijn tegen de voorgestelde locaties.

  4. Als de raad tegen een bepaalde locatie stemt geeft ze vervolgens via een motie aan dat voor die locatie geen exploitatievergunning kan worden afgegeven.

Artikel 2:26

Indieningsvereisten exploitatievergunning speelautomatenhal

De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:

  1. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld;

  2. een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is om over de ruimte te beschikken;

  3. een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer danwel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt en van de beheerder

Artikel 2:27

Beslistermijn

De burgemeester beslist binnen zestien weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste zestien weken worden verdaagd.

Artikel 2:28

De exploitatievergunning voor een speelautomatenhal

  1. In de vergunning wordt de naam van de beheerder/worden de namen van de beheerders vermeld. De vergunning wordt verleend voor maximaal 15 jaar. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    • de openingstijden van de speelautomatenhal,

    • het toezicht in de speelautomatenhal,

    • het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld,

    • de exploitatie van de hal.

  2. Voor een speelautomatenhal kan een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen worden verleend voor ten hoogste 100 speelautomaten, waarvan ten hoogste 4 behendigheidsautomaten.

  3. De burgemeester stelt gunningscriteria vast ten behoeve van de vergunnings-verleningsprocedure.

Artikel 2:29

Weigeringsgronden

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is,

    2. de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt,

    3. de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over een of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek,

    4. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed,

    5. de beheerder niet beschikt over een bewijs van voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van kansspelverslaving als bedoeld in artikel 30d lid 4 onder b van de Wet op de kansspelen,

  2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder b.

Artikel 2:30

Intrekkingsgronden

De burgemeester kan de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 intrekken, indien:

  1. in of vanuit de speelautomatenhal heeft zich een feit of hebben zich feiten voorgedaan of is aannemelijk dat in de toekomst zich een feit gaat voordoen of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal nadelig wordt beïnvloed;

  2. de openbare orde wordt verstoord of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal wordt verstoord of benadeeld;

  3. de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit de speelautomatenhal, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn speelautomatenhal strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

  4. de exploitant of de beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie;

  5. de exploitant of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  6. er aanwijzingen zijn dat in de speelautomatenhal personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  7. de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan vier maanden wordt onderbroken.

Artikel 2:30a

Sluitingstijden en tijdelijk sluiten

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid of ter voorkoming of beperking van overlast:

    • voor een speelautomatenhal openingstijden vaststellen;

    • de speelautomatenhal voor bepaalde of onbepaalde tijd sluiten;

  2. het is verboden om een speelautomatenhal voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten buiten de vastgestelde openingstijden;

  3. het is verboden om een speelautomatenhal voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten gedurende de periode dat de speelautomatenhal voor bepaalde of onbepaalde tijd is gesloten.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer