In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Openbare uitingen
Afdeling 9. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:34a
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:36a
- Artikel 2:36b
- Artikel 2:36c
- Artikel 2:37
- Artikel 2:37a
- Artikel 2:38
- Artikel 2:38a
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
Hoofdstuk Seksuele aangelegenheden
Hoofdstuk Bescherming van de fysieke leefomgeving
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk 5. Overige regelgeving
Hoofdstuk Slotbepalingen
Afdeling
Artikel 4:18
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
-
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
-
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming:
van natuur en landschap;
van een stadsgezicht.
Artikel 4:19
Aanwijzing kampeerplaatsen
-
Artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.