Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Openbare uitingen
Afdeling 3. Vertoningen op openbare plaatsen
Afdeling 4. Bruikbaarheid en uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 5. Evenementen
Afdeling 6. Toezicht op horecabedrijven
Afdeling 7. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling 8. Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 9. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling 11. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling 12. Bestrijding van heling van goederen
Hoofdstuk Seksuele aangelegenheden
Hoofdstuk Bescherming van de fysieke leefomgeving
Hoofdstuk 5. Overige regelgeving
Hoofdstuk Slotbepalingen

Afdeling 11. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:50

Bestuurlijke ophouding

De burgemeester kan op basis van artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:35, 2:36, 2:37 of artikel 2:38 van de Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:51

Veiligheidsrisicogebieden

De burgemeester kan op basis van artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:52

Cameratoezicht op openbare plaatsen

  1. De burgemeester kan op basis van artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

  2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen.

Artikel 2:52a

Toezicht op openbare gebouwen

  1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw, niet zijnde een openbare inrichting of seksinrichting, of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceel gedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

  2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de (hoofd)toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende er, het perceel of perceelsgedeelte of de ruimte. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht.

  3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw, ruimte of erf als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven.

  6. Op aanvraag van een belanghebbende kan:

    1. een sluiting voor onbepaalde duur door de burgemeester worden opgeheven, wanneer naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden;

    2. een sluiting door de burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2:52b

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;

  3. bedrijf: het voor een publiek toegankelijk gebouw waarin de bedrijfsmatige activiteit, niet zijnde een seksinrichting, plaatsvindt of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

Artikel 2:52c

Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten

  1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfs-matige activiteiten aanwijzen indien naar zijn oordeel de openbare orde wordt verstoord, het woon- of leefklimaat of de leefbaarheid wordt aangetast of indien er sprake is van ondermijning.

  2. Een aanwijzing van een gebouw of gebied ka n zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

  3. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor het grondgebied van de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit zeer ernstig onder druk staat.

  4. Voordat de burgemeester een besluit op grond van het derde lid van dit artikel neemt, stelt hij de raad via de voorhangprocedure in staat bedenkingen en zienswijzen ten aanzien van dat besluit kenbaar te maken.

Artikel 2:52d

Vergunning uitoefening bedrijf

  1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

    1. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:52c aangewezen gebouw of gebied voor de door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; en/of

    2. met door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteiten.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning weigeren:

    1. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

    2. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

    3. de exploitant en/of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met de Omgevingswet of het omgevingsplan.

Artikel 2:52e

Vergunningaanvraag

  1. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant.

  2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en/of beheerder;

    2. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

    3. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    4. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;

    5. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

    6. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf is/wordt gevestigd;

    7. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt en van de beheerder.

  4. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

Artikel 2:52f

Intrekking en wijziging van een vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:52d intrekken of wijzigen indien:

  1. als gevolg van de vestiging van het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; en/of

  2. als gevolg van de vestiging van het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; en/of

  3. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten niet worden nageleefd; en/of

  4. de exploitant en/of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; en/of

  5. de exploitant en/of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde wordt verstoord; en/of

  6. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; en/of

  7. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; en/of

  8. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; en/of

  9. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet langer met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; en/of

  10. de vestiging of de exploitatie in strijd is met de Omgevingswet of het omgevingsplan.

Artikel 2:52g

Sluiting bedrijf

  1. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:52d wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2:52f, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.

  2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

  3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 2:52h

Geboden en verboden exploitant

  1. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2:52e zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.

  2. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

  3. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of de beheerder aanwezig is.

  4. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.

Artikel 2:52i

Melding en wijziging beheerders

  1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als beheerder te laten bijschrijven op de vergunning als bedoeld in artikel 2:52d lid 1.

  2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de in het vorige lid bedoelde vergunning.

  3. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de in artikel 2:52f onder d gestelde eisen.

  4. De burgemeester kan de wijziging van het aanhangsel weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 2:52j

Bestaande bedrijven

Voor aangewezen gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden uitgeoefend, kan de burgemeester een termijn vaststellen waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:52d in werking treedt.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer