De burgemeester kan de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 intrekken, indien:
in of vanuit de speelautomatenhal heeft zich een feit of hebben zich feiten voorgedaan of is aannemelijk dat in de toekomst zich een feit gaat voordoen of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal nadelig wordt beïnvloed;
de openbare orde wordt verstoord of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal wordt verstoord of benadeeld;
de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit de speelautomatenhal, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn speelautomatenhal strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
de exploitant of de beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie;
de exploitant of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
er aanwijzingen zijn dat in de speelautomatenhal personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan vier maanden wordt onderbroken.