Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:52d intrekken of wijzigen indien:

  1. als gevolg van de vestiging van het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; en/of

  2. als gevolg van de vestiging van het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; en/of

  3. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten niet worden nageleefd; en/of

  4. de exploitant en/of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; en/of

  5. de exploitant en/of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde wordt verstoord; en/of

  6. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; en/of

  7. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; en/of

  8. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; en/of

  9. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet langer met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; en/of

  10. de vestiging of de exploitatie in strijd is met de Omgevingswet of het omgevingsplan.