Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tussen 02:00 en 07:00 uur of te laten verblijven tussen 05:00 en 07:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Het is bezoekers van een seksbedrijf verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn voor bezoekers.
Het is de exploitant en de beheerder verboden personen onder de 18 jaar toe te laten tot of te laten verblijven in een seksbedrijf.
Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten op de openbare weg (z)
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen (z)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven en op voor publiek toegankelijke gebouwen (z)
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (z)
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (z)
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (z)
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheids-risicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzeggingen
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Snuffelmarkten (z)
Afdeling Openbaar water
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiïng van as
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 3:13
Adverteren (z)
Het is verplicht om het volgende in een advertentie te vermelden: de bedrijfsnaam van het seksbedrijf, het telefoonnummer van het seksbedrijf en het nummer van de vergunning van het seksbedrijf.
Het is verboden in advertenties van een prostitutiebedrijf onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
Artikel 3:13a
Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting (z)
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:12, eerste lid, geldende sluitingstijden vaststellen; of
van een seksbedrijf al dan niet tijdelijk gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Artikel 3:13b
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder (z)
Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers te hebben geopend zonder dat de exploitant of beheerder als bedoeld in artikel 3:2 in het seksbedrijf aanwezig is.
De exploitant en de beheerder zien er onder andere op toe dat in het seksbedrijf:
geen strafbare feiten plaatsvinden;
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
De exploitant en beheerder doen wat nodig is voor een goede gang van zaken in het seksbedrijf en in de directe omgeving daarvan en zijn verantwoordelijk voor een deugdelijke exploitatie.
Artikel 3:13c
Beëindiging exploitatie (z)
De vergunning vervalt van rechtswege zodra een of meer van de exploitanten die in de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd. Van beëindiging is in ieder geval sprake, indien:
het seksbedrijf blijkens het register van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld of mede is gesteld, wordt geëxploiteerd, of
op grond van andere informatie blijkt, dat het seksbedrijf niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld of mede is gesteld, wordt geëxploiteerd.
Artikel 3:13d
Wijziging beheer (z)
Indien sprake is van een wijziging van de beheerder van het seksbedrijf, brengt de exploitant de burgemeester daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
Bij de aanvraag voor het wijzigen van beheer op de exploitatievergunning moeten in ieder geval worden overlegd:
kopie identiteitsbewijs / paspoort van de nieuwe beheerder;
arbeidsovereenkomst van de exploitant met de nieuwe beheerder.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door die nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een ontvangstbevestiging heeft ontvangen op zijn aanvraag als bedoeld in het tweede lid, totdat op de aanvraag is besloten.
In bijzondere gevallen kan de burgemeester van het voorgaande afwijken.
Artikel 3:14
Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf (z)
Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:
jonger dan 21 jaar is, of
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend.
Het is verboden om als prostituee jonger dan 21 jaar werkzaam te zijn voor personen.
Artikel 3:15
Bedrijfsplan (z)
Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:
op het gebied van hygiëne;
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees en de klanten als het seksbedrijf een prostitutiebedrijf is;
ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
ter voorkoming van strafbare feiten.
De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, waarborgen dat:
de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de geldende Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) en dat dit controleerbaar is;
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;
de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;
aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;
de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
Het bedrijfsplan wordt overlegd bij de aanvraag om een vergunning.
De exploitant dient een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan te melden. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegd bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt.
Artikel 3:17
Verdere verplichtingen van de exploitatie en beheerder prostitutiebedrijf (z)
De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen en het aantal uren dat zij achtereen werkzaam zijn;
hij altijd zaken doet met de prostituee zelf en nooit met een vertegenwoordiger van de prostituee;
de rechten voor prostituees op schrift zijn gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal zijn uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant;
in het prostitutiebedrijf in tenminste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend wordt gemaakt dat een prostituee klanten, diensten en seksuele handelingen zonder condoom mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken;
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt bijgehouden waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;
de naam, geboortedatum, burgerservicenummer, nationaliteit, adres, woonplaats en een kopie van het identiteitsbewijs of verblijfsdocument van de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
de verhuuradministratie;
de getekende kopieën van de intakeformulieren die de exploitant met de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees heeft gehouden;
de met de prostituee gemaakte afspraken over de prijzen;
de werkroosters van de beheerders.
de bedrijfsadministratie altijd beschikbaar is voor toezichthouders en opsporingsambtenaren, met inachtneming van de wettelijke termijnen;
medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksbedrijven als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang of uitbuiting onverwijld bij de burgemeester en de politie wordt gemeld.
Artikel 3:18
Raamprostitutie (z)
Het is een prostituee verboden:
zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan (potentiële) klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen, of
passanten op hinderlijke wijze te bejegenen, zich aan passanten op te dringen, of zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksbedrijf of bij de toegang tot een seksbedrijf op te houden.
Artikel 3:19
Straatprostitutie (z)
Het is een ieder verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg seksuele handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
Artikel 3:20
Handhaving straatprostitutie (z)
Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, kan door een opsporingsambtenaar het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid, kan door een opsporingsambtenaar aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen, bedoeld in artikel 3:19, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het tweede lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar vervoermiddel, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en).
De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het derde lid indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.