De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten op de openbare weg (z)
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen (z)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven en op voor publiek toegankelijke gebouwen (z)
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (z)
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (z)
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (z)
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheids-risicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzeggingen
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Snuffelmarkten (z)
Afdeling Openbaar water
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiïng van as
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 3:2
Begripsbepalingen (z)
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;
beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;
escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie die plaats vindt op een ander adres dan de woning van de prostituee of een seksinrichting, in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt geëxploiteerd;
klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een seksbedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding;
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding;
prostitutiebedrijf: het bedrijfsmatig aan een prostituee gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding;
seksbedrijf: het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot:
het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding (=prostitutiebedrijf); of
prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee (=escortbedrijf); of
het verrichten van seksuele handelingen met en voor een derde (niet tegen vergoeding) (=overig seksbedrijf); of
het verrichten van seksuele handelingen voor een derde tegen vergoeding (=overig seksbedrijf); of
het aanbieden van fysieke vertoningen van erotisch-pornografische aard (al dan niet tegen vergoeding) (=overig seksbedrijf).
seksinrichting: seksinrichting: voor publiek toegankelijke besloten ruimte die onderdeel is van een seksbedrijf.
sekswerker: de natuurlijke persoon die tegen vergoeding seksuele handelingen verricht met een derde (prostitutie), of die tegen vergoeding seksuele handelingen verricht voor een derde (onder meer bij live seksshows, peepshows en striptease-bars).
sekswinkel: winkel waar goederen van erotisch-pornografische aard worden verkocht of verhuurd;
thuiswerker: degene die zich vanuit huis beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding zonder bedrijfsmatig karakter.
werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding worden verricht.
Artikel 3:2a
Bevoegd bestuursorgaan (z)
In dit hoofdstuk wordt onder het bevoegd bestuursorgaan verstaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel 3:2b
Nadere regels (z)
Met het oog op de openbare orde, de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid, of de maatregelen, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, kan het bevoegd bestuursorgaan nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.
Artikel 3:3
Exploitatievergunning seksbedrijf (z)
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen.
De vergunning is locatie- en persoonsgebonden en niet overdraagbaar.
Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Een vergunning kan voor één of meerdere seksinrichtingen binnen het seksbedrijf worden verleend.
Artikel 3:3a
Overgangsbepaling seksbedrijven (z)
Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening verleende vergunning voor een seksbedrijf die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet is ingetrokken of vervallen, geldt gedurende 26 weken na de inwerkingtreding van deze verordening als een vergunning krachtens deze verordening.
Indien binnen deze periode een aanvraag voor een nieuwe vergunning is ingediend, blijft deze vergunning van kracht totdat met toepassing van deze verordening op de aanvraag is beslist.
Artikel 3:4
Concentratie seksbedrijven (z)
Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksbedrijf geen vergunning wordt verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader aangewezen aard.
Artikel 3:5
Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven (z)
Er worden maximaal één vergunning voor een escortbedrijf, twee vergunningen voor een prostitutiebedrijf (niet zijnde raamprostitutie of escort) en twee vergunningen voor een overig seksbedrijf verleend.
Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 kan alleen worden verleend indien het maximum voor het aantal te verlenen vergunningen niet bereikt is en na het volgen van de geldende Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf een gegadigde in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning.
Artikel 3:6
Aanvraag (z)
Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegd bestuursorgaan vastgesteld en volledig ingevuld formulier met daarbij behorende bescheiden, evenals een op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur vastgesteld en volledig ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden.
Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit(en) de vergunning wordt gevraagd.
Het bevoegd bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
Artikel 3:7
Weigeringsgronden (z)
Een vergunning wordt geweigerd als:
de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
de exploitant of de beheerder jonger dan 21 jaar is op het moment van de aanvraag;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die:
als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt,
als het andere personen dan prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt,
slachtoffer zijn van mensenhandel, of
verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 242 tot en met 249, 252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;
artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen.
het maximum aantal vergunningen, zoals door het bevoegd bestuursorgaan is vastgesteld, is bereikt.
Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld:
een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en f, wordt:
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning;
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning.
Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder f en g, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
Een vergunning wordt geweigerd als de vestiging of de exploitatie van het seksbedrijf in strijd is met het (tijdelijke) omgevingsplan.
Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
de veiligheid van personen of goederen;
de verkeersvrijheid of -veiligheid;
de gezondheid of zedelijkheid;
de arbeidsomstandigheden van de prostituee(s);
een weigeringsgrond voortvloeiend uit de wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Een vergunning kan tevens worden geweigerd indien:
de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of als in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven;
het bedrijfsplan niet voldoet aan de door het bevoegd bestuursorgaan gestelde nadere regels als bedoeld in artikel 3:2b.
Artikel 3:8
Eisen met betrekking tot de vergunning (z)
De vergunning vermeldt in ieder geval:
de naam van de exploitant(en);
voor zover van toepassing, die van de beheerder(s);
het adres waar het seksbedrijf wordt gevestigd en/of uitgeoefend;
het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
de activiteit(en) waarop de vergunning ziet;
de seksinrichting(en) welke binnen het seksbedrijf is/zijn gevestigd;
de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
de geldigheidsduur van de vergunning;
het nummer van de vergunning.
De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan:
aanwezig is en/of digitaal getoond kan worden in het seksbedrijf waarvoor de vergunning is verleend;
dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Artikel 3:9
Intrekkingsgronden (z)
De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 wordt ingetrokken indien:
de ingediende bescheiden niet of niet langer overeenstemmen met de feiten, welke relevant zijn voor de door de burgemeester te nemen of genomen beslissing;
de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, 3:14 eerste lid, 3:15 en/of de wet Bibob;
zich in of vanuit het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of veiligheid, of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het seksbedrijf;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;
in strijd is gehandeld met artikel 2 en/of 3 van de Opiumwet of aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende betrokken is bij of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet;
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met g;
de vergunninghouder dat verzoekt.
De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 kan tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of gewijzigd indien:
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
de exploitant of leidinggevende het bepaalde bij of krachtens artikel 3:17 niet of onvoldoende naleeft;
is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan opgenomen maatregelen;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
zich binnen de inrichting gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen.
Artikel 3:10
Melding gewijzigde omstandigheden (z)
De vergunninghouder meldt elke verandering van de gegevens in de exploitatievergunning zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee weken, aan het bevoegd bestuursorgaan. Deze verleent alleen bij een ondergeschikte wijziging een gewijzigde vergunning. Indien er sprake is van een niet ondergeschikte wijziging dient er een nieuwe vergunning te worden verleend conform de geldende Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf.
Na verlening van de vergunning mogen geen nieuwe bestuurders/vennoten tot de bedrijfsvoering worden toegevoegd.
Artikel 3:12
Sluitingstijden seksbedrijven, aanwezigheid en toegang (z)
Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tussen 02:00 en 07:00 uur of te laten verblijven tussen 05:00 en 07:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Het is bezoekers van een seksbedrijf verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn voor bezoekers.
Het is de exploitant en de beheerder verboden personen onder de 18 jaar toe te laten tot of te laten verblijven in een seksbedrijf.
Artikel 3:13
Adverteren (z)
Het is verplicht om het volgende in een advertentie te vermelden: de bedrijfsnaam van het seksbedrijf, het telefoonnummer van het seksbedrijf en het nummer van de vergunning van het seksbedrijf.
Het is verboden in advertenties van een prostitutiebedrijf onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
Artikel 3:13a
Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting (z)
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:12, eerste lid, geldende sluitingstijden vaststellen; of
van een seksbedrijf al dan niet tijdelijk gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Artikel 3:13b
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder (z)
Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers te hebben geopend zonder dat de exploitant of beheerder als bedoeld in artikel 3:2 in het seksbedrijf aanwezig is.
De exploitant en de beheerder zien er onder andere op toe dat in het seksbedrijf:
geen strafbare feiten plaatsvinden;
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
De exploitant en beheerder doen wat nodig is voor een goede gang van zaken in het seksbedrijf en in de directe omgeving daarvan en zijn verantwoordelijk voor een deugdelijke exploitatie.
Artikel 3:13c
Beëindiging exploitatie (z)
De vergunning vervalt van rechtswege zodra een of meer van de exploitanten die in de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd. Van beëindiging is in ieder geval sprake, indien:
het seksbedrijf blijkens het register van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld of mede is gesteld, wordt geëxploiteerd, of
op grond van andere informatie blijkt, dat het seksbedrijf niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld of mede is gesteld, wordt geëxploiteerd.
Artikel 3:13d
Wijziging beheer (z)
Indien sprake is van een wijziging van de beheerder van het seksbedrijf, brengt de exploitant de burgemeester daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
Bij de aanvraag voor het wijzigen van beheer op de exploitatievergunning moeten in ieder geval worden overlegd:
kopie identiteitsbewijs / paspoort van de nieuwe beheerder;
arbeidsovereenkomst van de exploitant met de nieuwe beheerder.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door die nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een ontvangstbevestiging heeft ontvangen op zijn aanvraag als bedoeld in het tweede lid, totdat op de aanvraag is besloten.
In bijzondere gevallen kan de burgemeester van het voorgaande afwijken.
Artikel 3:14
Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf (z)
Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:
jonger dan 21 jaar is, of
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend.
Het is verboden om als prostituee jonger dan 21 jaar werkzaam te zijn voor personen.
Artikel 3:15
Bedrijfsplan (z)
Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:
op het gebied van hygiëne;
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees en de klanten als het seksbedrijf een prostitutiebedrijf is;
ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
ter voorkoming van strafbare feiten.
De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, waarborgen dat:
de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de geldende Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) en dat dit controleerbaar is;
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;
de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;
aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;
de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
Het bedrijfsplan wordt overlegd bij de aanvraag om een vergunning.
De exploitant dient een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan te melden. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegd bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt.
Artikel 3:17
Verdere verplichtingen van de exploitatie en beheerder prostitutiebedrijf (z)
De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen en het aantal uren dat zij achtereen werkzaam zijn;
hij altijd zaken doet met de prostituee zelf en nooit met een vertegenwoordiger van de prostituee;
de rechten voor prostituees op schrift zijn gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal zijn uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant;
in het prostitutiebedrijf in tenminste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend wordt gemaakt dat een prostituee klanten, diensten en seksuele handelingen zonder condoom mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken;
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt bijgehouden waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;
de naam, geboortedatum, burgerservicenummer, nationaliteit, adres, woonplaats en een kopie van het identiteitsbewijs of verblijfsdocument van de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
de verhuuradministratie;
de getekende kopieën van de intakeformulieren die de exploitant met de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees heeft gehouden;
de met de prostituee gemaakte afspraken over de prijzen;
de werkroosters van de beheerders.
de bedrijfsadministratie altijd beschikbaar is voor toezichthouders en opsporingsambtenaren, met inachtneming van de wettelijke termijnen;
medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksbedrijven als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang of uitbuiting onverwijld bij de burgemeester en de politie wordt gemeld.
Artikel 3:18
Raamprostitutie (z)
Het is een prostituee verboden:
zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan (potentiële) klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen, of
passanten op hinderlijke wijze te bejegenen, zich aan passanten op te dringen, of zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksbedrijf of bij de toegang tot een seksbedrijf op te houden.
Artikel 3:19
Straatprostitutie (z)
Het is een ieder verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg seksuele handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
Artikel 3:20
Handhaving straatprostitutie (z)
Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, kan door een opsporingsambtenaar het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid, kan door een opsporingsambtenaar aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen, bedoeld in artikel 3:19, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het tweede lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar vervoermiddel, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en).
De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het derde lid indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.
Artikel 3:22
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.