1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    1. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 300 bezoekers / personen;

    2. het evenement tussen 07.00 uur en 23.00 uur plaats vindt;

    3. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

    4. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan van een doorgaande weg en/of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of hulpdiensten;

    5. slechts kleine objecten worden geplaatst van minder dan 25m2 en het totaal van de objecten tezamen niet meer dan 100m2 bedraagt, waarbij de oppervlakte per object niet geldt voor springkussens;

    6. er een organisator is; en

    7. de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;

    8. voldoende afvalbakken zijn geplaatst;

    9. er geen vuurwerk wordt afgestoken;

    10. er bij het evenement geen dieren worden gebruikt, los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering.

    11. het evenement wordt georganiseerd door particuliere initiatiefnemers of maatschappelijke instellingen.

  4. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt, of de betreffende locatie op grond van de evenementenkalender niet beschikbaar is op de datum dat de organisator van een klein evenement van deze locatie gebruik wil maken.

  5. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  6. Voor het aanvragen van een vergunning voor een evenement dat geen klein evenement is in de zin van het derde lid gelden de volgende termijnen voor indienen:

    1. voor een A-evenement acht weken voorafgaande aan het evenement;

    2. voor een B- en C- evenement veertien weken voorafgaande aan het evenement.

  7. Naast op grond van de in artikel 1:8 genoemde weigeringsgronden kan de burgemeester de vergunning weigeren als naar zijn oordeel:

    1. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is;

    2. het evenement verontreiniging tot gevolg heeft, afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de omgeving dan wel schade toebrengt aan groenvoorzieningen of voorzieningen van openbaar nut.

    3. de betreffende locatie op grond van de evenementenkalender niet beschikbaar is op de datum dat de organisator van het evenement van deze locatie gebruik wil maken.

  8. De burgemeester wijst plaatsen aan waar geen vergunning wordt afgegeven voor het afsteken van vuurwerk. De burgemeester weigert de vergunning als deze geheel of gedeeltelijk ziet op het afsteken van vuurwerk op deze plaatsen.

  9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.