Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten op de openbare weg (z)
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen (z)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven en op voor publiek toegankelijke gebouwen (z)
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (z)
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (z)
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (z)
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheids-risicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzeggingen
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Algemene bepalingen

Artikel 3:1

Afbakening

De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 3:2

Begripsbepalingen (z)

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

  3. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie die plaats vindt op een ander adres dan de woning van de prostituee of een seksinrichting, in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;

  4. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt geëxploiteerd;

  5. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een seksbedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

  6. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding;

  7. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding;

  8. prostitutiebedrijf: het bedrijfsmatig aan een prostituee gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding;

  9. seksbedrijf: het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot:

    • het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding (=prostitutiebedrijf); of

    • prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee (=escortbedrijf); of

    • het verrichten van seksuele handelingen met en voor een derde (niet tegen vergoeding) (=overig seksbedrijf); of

    • het verrichten van seksuele handelingen voor een derde tegen vergoeding (=overig seksbedrijf); of

    • het aanbieden van fysieke vertoningen van erotisch-pornografische aard (al dan niet tegen vergoeding) (=overig seksbedrijf).

  10. seksinrichting: seksinrichting: voor publiek toegankelijke besloten ruimte die onderdeel is van een seksbedrijf.

  11. sekswerker: de natuurlijke persoon die tegen vergoeding seksuele handelingen verricht met een derde (prostitutie), of die tegen vergoeding seksuele handelingen verricht voor een derde (onder meer bij live seksshows, peepshows en striptease-bars).

  12. sekswinkel: winkel waar goederen van erotisch-pornografische aard worden verkocht of verhuurd;

  13. thuiswerker: degene die zich vanuit huis beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding zonder bedrijfsmatig karakter.

  14. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding worden verricht.

Artikel 3:2a

Bevoegd bestuursorgaan (z)

In dit hoofdstuk wordt onder het bevoegd bestuursorgaan verstaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:2b

Nadere regels (z)

Met het oog op de openbare orde, de belangen genoemd in artikel 3:7, zesde lid, of de maatregelen, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, kan het bevoegd bestuursorgaan nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013