1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen:

    1. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:40b aangewezen gebouw, straat of gebied; of

    2. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:40b aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door de exploitant.

  3. Bij het aanwijzen van gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40b stelt de burgemeester vast welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag moeten worden ingediend.

  4. De burgemeester stelt een aanvraagformulier voor de indiening van een vergunningaanvraag vast.

  5. Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.