1. Het is verboden om in door het college in het belang van het uiterlijke aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare ruimte of gezondheid aangewezen gebieden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Het is verboden om in door het college in het belang van het beheer van de openbare ruimte aangewezen openbare (brom)fietsstallingsgebieden een (brom)fiets langer dan vier weken onafgebroken te stallen.

  3. Het is verboden om een (brom)fiets te parkeren of geparkeerd te hebben in door het college in het belang van het beheer van de openbare ruimte aangewezen openbare (brom)fietsstallingsgebieden, voor een tijdsduur langer dan bij dat besluit is aangegeven.

  4. Het is verboden op of aan een openbare plaats een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel of muur van een gebouw dan wel in de ingang van een gebouw, indien:

    1. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van één of meer gebruikers van dat gebouw;

    2. daardoor die ingang versperd wordt, of;

    3. daardoor de doorgang voor invaliden en minder validen versperd wordt.

  5. Het is verboden een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig op zodanige wijze op een voetpad, trottoir of openbare weg te plaatsen of te laten staan, dat de doorgang daardoor wordt belemmerd.

  6. Het is verboden om op door het college of de burgemeester aangewezen uren en terreinen waar een markt, kermis, evenement, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, zich met een fiets of bromfiets te bevinden, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.