1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden;

    4. demonstraties van de brandweer.

  3. Het verbod is niet van toepassing op Sint Maartensvuren, mits hiervoor een evenementenvergunning is verleend op grond van artikel 2:25 van deze verordening, dan wel wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een melding op grond van het derde lid van dat artikel, én een omgevingsvergunning is verleend op grond van artikel 3:40e van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.