1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing , waarvoor het bevoegde bestuursorgaan een andere termijn heeft vastgesteld.

  4. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, lid 4, artikel 4:11b of artikel 4:16 van deze verordening.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.