1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4:11b, weigeren dan wel (onder voorschriften) verlenen in het belang van onder meer:

    • natuur- en milieuwaarden;

    • landschappelijke waarden;

    • cultuurhistorische waarden;

    • waarden van stads- en dorpsschoon;

    • waarden voor recreatie en leefbaarheid.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kunnen tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften behoren, aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.

  3. In afwijking van lid 1 kan de burgemeester toestemming geven tot direct vellen indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang.