1. Om na te gaan of ruimere openingstijden voor een openbare inrichting in de praktijk mogelijk zijn en niet leiden tot negatieve gevolgen voor de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of dat daardoor de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed, is de burgemeester bevoegd om op aanvraag een besluit te nemen om bij wijze van proef voor een nader te bepalen openbare inrichting of beperkt aantal openbare inrichtingen een latere sluitingstijd dan 04.00 uur vast te stellen.

  2. Op het moment dat die latere sluitingstijd leidt tot een situatie waarbij de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed, dan besluit de burgemeester de verruiming van de sluitingstijd in te trekken.