1. Vergunningen en ontheffingen, alsmede de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de verordeningen en het besluit genoemd in artikel 7:4 worden geacht te zijn verleend op grond van deze verordening.

  2. De intrekking van de verordeningen en het besluit genoemd in artikel 7:4, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordeningen en dat besluit vastgestelde plannen, nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop deze zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

  3. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen en het besluit genoemd in artikel 7:4 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht totdat de termijn, waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij met inachtneming van hetgeen terzake in het voorschrift of de beperking is bepaald wordt ingetrokken.

  4. Indien voor de tijdstop van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van een verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast.

  5. Namen en nummers die op grond van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar en het delegatiebesluit genoemd in artikel 7:4 aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.

  6. Het college kan in afwijking van het vijfde lid besluiten dat de op grond van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar genoemd in artikel 7:4 aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften, aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.

  7. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 7:6 is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordeningen en het besluit genoemd in artikel 7:4.