1. Deze afdeling is niet van toepassing op buiten de bebouwde kom aanwezige houtopstanden als bedoeld in artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving, anders dan de genoemde in het tweede lid, aanhef en onder b tot en met j, van dat artikel.

  2. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van meer dan 10 cm op een hoogte van 1,3 m boven het maaiveld - in geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

    2. bebouwde kom: de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, geldend ingevolge artikel IV, derde lid van het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet (Staatsblad 2021, 22);

    3. boomwaarde: de door het college vastgestelde wijze waarop de waarde van de bomen wordt bepaald;

    4. boomziekte: een biologische aantasting van bomen of ander houtopstand door bacteriën, insecten, schimmels, virussen of een andere natuurlijke oorzaak;

    5. hakhout: één of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    6. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken;

    7. kandelaberen: het terugsnoeien van een kroon met meer dan 50% tot eventueel een hoofdstam met tekststompen;

    8. vellen: verplanten, kappen en rooien, met inbegrip van kandelaberen, het snoeien met meer dan 30% tot maximaal 50% van het kroonvolume, alsmede het verrichten van handelingen zowel boven- al ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;

    9. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    10. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;