Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locaties en perioden, dieren te voeren indien:

  1. Er door het voeren verkeersonveilige situaties ontstaan;

  2. Er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen;

  3. Dieren ook ’s nachts op of bij voerplaatsen aanwezig blijven en dan geluidsoverlast veroorzaken;

  4. Er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn;

  5. Er door een overdaad aan voer, gezondheidsproblemen voor de gevoerde dieren ontstaan.