Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locaties en perioden, dieren te voeren indien:
Er door het voeren verkeersonveilige situaties ontstaan;
Er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen;
Dieren ook ’s nachts op of bij voerplaatsen aanwezig blijven en dan geluidsoverlast veroorzaken;
Er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn;
Er door een overdaad aan voer, gezondheidsproblemen voor de gevoerde dieren ontstaan.