1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    1. natuur- en milieuwaarden;

    2. landschappelijke waarden;

    3. cultuurhistorische waarden;

    4. archeologische waarden

    5. beeldbepalende waarden;

    6. waarden van dorpsschoon;

    7. waarden voor recreatie en leefbaarheid;

    8. op grond van de gezondheidstoestand van de boom.

  2. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning de boomwaarde als motivering hanteren.

  3. Weigering is niet mogelijk indien de vergunning tot het vellen van een houtopstand wordt gevraagd teneinde te voldoen aan de verplichting ingevolge het bepaalde in artikel 42 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

  4. (Vervallen)