1. Het is verboden zich in zee te bevinden:

    1. bij aflandige wind met voorwerp, bestemd of gebruikt om zich daarmee drijvende te houden;

    2. op die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode vlag of op andere wijze als gevaarlijk zijn aangeduid, en

    3. gedurende de tijd dat op de politiestrandpost, op de posten van de Wassenaarse Reddingsbrigade of op andere plaatsen op of aan het strand een rode vlag is gehesen.

  2. Een ieder is verplicht onmiddellijk de zee te verlaten wanneer hem dit door een ambtenaar van politie ter voldoening van het bepaalde in het eerste lid wordt bevolen.