1. Het is verboden om zonder ontheffing van het college met een vaartuig langer dan twaalf uren achtereen ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen in openbaar water.

  2. Het is verboden op door het college aangewezen wateren of gedeelten van wateren ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen.

  3. Het college kan ten aanzien van het innemen, veranderen of gebruiken van de in het eerste lid genoemde ligplaatsen nadere regels stellen:

    1. in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne of uiterlijk aanzien;

    2. ter beperking naar soort en aantal vaartuigen.

  4. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruiken van een ligplaats op te volgen.

  5. Onder vaartuigen als bedoeld in dit artikel worden verstaan alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen. Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen niet begrepen woonschepen, alsmede roeiboten, kano’s opblaasboten en kleine vaartuigen.

  6. Onder ligplaats wordt in dit artikel verstaan, een deel van het openbaar water waar tijdelijk met een vaartuig afgemeerd kan worden.

  7. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.