1. Het college kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 4:12b, eerste en derde lid, weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:12b, eerste en derde lid, worden geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de bomen op basis van één of meer van de volgende waarden:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    6. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid;

    7. vitaliteit van een boom.

  3. Het college kan de in het tweede lid bedoelde waarden nader uitwerken in een afwegingsschema.