In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een diameter van de stam van minimaal 15 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamdiameter van 15 cm geldt geen minimale stamomtrek bij toepasbaarheid van de artikelen 4:12f, 4:12g, 4:12i, 4:12j en 4:12k van deze verordening;

  2. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers of andere houtachtige gewassen;

  3. Bomenlijst: Lijst met monumentale en waardevolle bomen vastgesteld door het college;

  4. monumentale boom: monumentale houtopstand die aan de hand van door het college van vastgestelde criteria is opgenomen op de Bomenlijst;

  5. waardevolle boom: waardevolle houtopstand die aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Bomenlijst;

  6. aandachtsgebieden: aandachtsgebieden die zijn aangewezen door het college;

  7. vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;

  8. dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende houtopstand;

  9. boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen of op basis van de boomwaarden die het handboek Bomen 2018 (KBB) hanteert;

  10. Bomen Effect Analyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand;

  11. voorziening Bomen: gemeentelijk compensatiefonds met daarin gelden die bestemd zijn voor het herplanten van houtopstanden;

  12. bebouwde kom: in afwijking van artikel 1.1.onder d, van deze verordening, wordt in deze afdeling bedoeld de bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1a van de Wet natuurbescherming;

  13. college: college van burgemeester en wethouders.