1. Het is verboden monumentale bomen of waardevolle bomen te vellen of te doen vellen.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:

    1. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:12f en 4:12g;

    2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    3. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    4. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud;

    5. dunning van de houtopstand ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand als bedoeld in artikel 4.1 b tot en met h van de Wet natuurbescherming.

  5. Het college kan indien een houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.