1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten, die op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, is tijdens de duur van het evenement geen afzonderlijke vergunning nodig, mits die activiteiten vermeld zijn in de vergunning als bedoeld in het eerste lid.

  3. Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier waarin ook de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, worden opgevraagd. Deze aanvraag wordt tevens aangemerkt als een melding als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  4. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een aanvraag als meldingplichtig evenement worden aangemerkt in die gevallen dat het evenement voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde criteria voor meldingplichtige evenementen. Voor meldingplichtige evenementen stelt de burgemeester een formulier vast, waarin ook de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, worden opgevraagd. Deze melding wordt tevens aangemerkt als een melding als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  5. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding als bedoeld in het derde lid binnen twee weken na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu.

  6. De burgemeester kan, indien het vermoeden ontstaat dat een of meer van de in artikel 1:8 van deze verordening opgenomen weigeringsgronden van toepassing is op een evenement als bedoeld in het vorige lid, besluiten dat evenement alsnog als vergunningplichtig aan te merken hetzij het te verbieden. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd wegens strijdigheid met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening en overige plaatsen.

  7. Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan.

  8. Voor vergunningplichtige evenementen gelden de geluidsvoorschriften zoals genoemd in artikel 4:3 zesde lid.

  9. De in het artikel 4:3 zesde lid genoemde geluidsvoorschriften zijn niet van toepassing indien sprake is van een collectieve festiviteit, zoals bedoeld in artikel 4:2.

  10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.