In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen.

  2. Headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes en vloeitjes.

  3. Inrichting: een smartshop of headshop zoals hiervoor genoemd.

  4. Houder: degene die een inrichting ingevolge artikel 2.40b exploiteert.

  5. Leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon of bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgeoefend;

    2. de natuurlijke persoon die de algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de inrichting wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen;

    3. de natuurlijke persoon die de onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van de inrichting.

  6. Bezoeker: een ieder die in de inrichting aanwezig is, met uitzondering van:

    1. directe gezinsleden van de houder;

    2. personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;

    3. personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.