1. Het is verboden een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 voor het publiek geopend te hebben als er geen leidinggevende, die als zodanig op de exploitatievergunning staat vermeld, in de inrichting aanwezig is.

  2. De in de inrichting aanwezige leidinggevende(n) is/zijn eraan gehouden datgene te doen of na te laten wat redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder naar de woonomgeving en verstoring van de openbare orde als gevolg van de exploitatie van de inrichting te voorkomen dan wel in voldoende mate te beperken.