1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark te exploiteren.

  2. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. Voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 benodigd is, er sprake is van eenzelfde eigenaar en leidinggevende, wordt één exploitatievergunning verleend.

  4. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeldt:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant; en

    2. de persoonsgegevens van de leidinggevende.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

    [De verbodsbepaling uit artikel 2:38b, lid 1 geldt niet gedurende de periode tot 1 mei 2024.]